Aansprakelijkheid Ikea voor valpartij

19 juni 2015

Onlangs heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden[1] geoordeeld dat op Ikea een zorgplicht rust om gladheid (als gevolg van weersomstandigheden) rondom de winkel te bestrijden. Hoewel we gelet op de tijd van het jaar voorlopig geen winterse omstandigheden hoeven te verwachten, is de uitspraak naar mijn mening toch interessant om eens nader te bekijken.

Casus

Een vrouw komt ten val voor de winkel van Ikea en breekt daarbij haar enkel. De vrouw wordt twee dagen later geopereerd, waarbij een metalen plaat en schroeven in haar enkel werden aangebracht. Na de operatie mocht de vrouw haar enkel gedurende zes tot acht weken niet belasten, waardoor zij zich alleen met krukken of in een rolstoel kon verplaatsen. Aangezien het slachtoffer ten tijde van haar val ongeveer 34 weken zwanger was, behoeft het geen nadere uitleg dat deze herstelperiode voor de vrouw waarschijnlijk tot de nodige praktische problemen zal hebben geleid.

Op de dag van de val was het droog bij een temperatuur tussen de min 4 en plus 2 graden Celsius. De vorige dag was er wel gedurende een aantal uren neerslag gevallen bij een temperatuur tussen en de 0 en 4 graden Celsius. Er lag geen sneeuw en er was ook geen sprake van een zichtbare laag ijs.

De vrouw stelde Ikea aansprakelijk en eiste een schadevergoeding. Volgens de vrouw had Ikea meer zout moeten strooien bij de ingang van de winkel. Ikea stelde wel degelijk aan gladheidsbestrijding te hebben gedaan, waardoor het haar onwaarschijnlijk leek dat de vrouw door gladheid zou zijn gevallen en zou dat al het geval zijn, dan ontslaat dat de vrouw nog niet van haar eigen verantwoordelijkheid. Mensen moeten bij winters weer volgens Ikea namelijk rekening houden met een mogelijke valpartij.

Oordeel rechtbank

De rechtbank volgde het standpunt van Ikea. Het is een feit van algemene bekendheid dat er in de wintermaanden gladheid kan optreden en van mensen mag worden verwacht dat zij voldoende maatregelen nemen om het risico op een valpartij zoveel mogelijk te beperken. Als iemand vervolgens toch als gevolg van gladheid valt, draagt die persoon in beginsel zijn eigen schade, zo overweegt de rechtbank.

De (advocaat van de) vrouw beroept zich nog op een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2010[2], waarin het slachtoffer van een val als gevolg van gladheid op het metroperron haar schade wel kon verhalen. De rechtbank schuift het beroep op deze uitspraak echter terzijde omdat er in de casus van de val op het metroperron sprake was van een bijzonder gevaar. Op een metrostation is geregeld sprake van grote groepen mensen die – vaak ook nog gehaast – de metro willen bereiken of verlaten, zodat het aannemelijk is dat niet de vereiste voorzichtigheid en oplettendheid in acht wordt genomen door de metroreizigers, waardoor er een reële kans op ongelukken bestaat, zeker in geval van gladheid. Volgens de rechtbank was er in de zaak van de val bij Ikea geen sprake van een dergelijk bijzonder gevaar en ruste er op Ikea niet de verplichting om haar stoep ijsvrij te houden.

Oordeel Gerechtshof

Het Gerechtshof deelde dit standpunt van de rechtbank echter niet. Volgens het Gerechtshof brengt een bezoek aan Ikea bij winterse weersomstandigheden wel degelijk een dergelijk bijzonder gevaar met zich mee vanwege de massaliteit (gemiddeld 5.000 bezoekers per dag) en het gegeven dat veel klanten een bezoek aan het woonwarenhuis beschouwen als een dagje uit, waardoor bezoekers niet altijd de vereiste oplettendheid en zorgvuldigheid in acht zullen nemen, en daardoor is de kans op glijpartijen in geval van gladheid reëel, aldus het Gerechtshof.

Op Ikea rust volgens het Gerechtshof dan ook een zorgplicht om in geval van winterse omstandigheden gladheid in het voetgangersgebied in de directe nabijheid van de winkel te bestrijden.

Daarmee is de aansprakelijkheid van Ikea overigens nog niet gegeven. De vrouw in kwestie dient eerst nog te bewijzen dat het bij de ingang van het woonwarenhuis op de bewuste dag glad was en dat zij daardoor is gevallen. Iedere verdere beslissing is aangehouden in afwachting van de vraag of de vrouw zal slagen in haar bewijsopdracht.

Conclusie

Uit bovenstaande uitspraak van het Gerechtshof kan worden geconcludeerd dat de beantwoording van de vraag of een winkelier (maar deze uitspraak is uiteraard niet beperkt tot winkeliers en kan ook in een breder verband worden doorgetrokken) verplicht is tot het nemen van gladheidsbestrijdingsmaatregelen afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Op druk bezochte plekken is het aannemelijker dat bezoekers niet altijd de vereiste oplettendheid in acht zullen nemen, waardoor op winkeliers (of op beheerders van metrostations enzovoorts) eerder een zorgplicht zal rusten om gladheid te bestrijden. Indien de vrouw uit deze casus die dag niet bij de ingang van de Zweedse meubelgigant zou zijn uitgegleden, maar bij de ingang van de plaatselijke bakkerswinkel, zou het oordeel van het Gerechtshof naar mijn mening heel anders zijn geweest.

Imke Vorbach,
19 juni 2015