De bankgarantie die pas in te roepen is bij een onherroepelijke uitspraak, biedt voldoende zekerheid voor de opheffing van een beslag

17 april 2015

Noot bij Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 14 april 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:1354)

Een door een beslagene aangeboden bankgarantie naar het model van de Nederlandse Vereniging van Banken, die pas kan worden ingeroepen in geval van een toewijzende uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan (onherroepelijk is geworden), biedt voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv, aldus het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch in zijn arrest van 14 april 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:1354). De uitspraak van hof Den Bosch is een bevestiging van zijn eerdere arrest van 17 mei 2005 (ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8027, NJF 2005/434), waarnaar hof Den Bosch verwijst in de kernoverweging van zijn laatste uitspraak. Vergelijk ook gerechtshof Amsterdam in zijn arrest van 4 februari 1997 (JOR 1997, 12, m.nt. S.C.J.J. Kortmann (Eurocard / Holst) waaruit voortvloeit dat hof Amsterdam het standaard NVB-model voldoende zekerheid toedicht in de zin van artikel 705 lid 2 Rv.

Waar hof Den Bosch in 2005 nog overwoog dat ‘het enkele feit dat een bankgarantie er niet toe leidt dat uitbetaling plaatsvindt zodra er een toewijzend vonnis is gewezen dat nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, de zekerheid nog niet onvoldoende maakt’, heeft het hof in 2015 aan zijn eerdere overweging toegevoegd dat een bankgarantie in andere opzichten zelfs méér zekerheid biedt dan (het handhaven van) een conservatoir beslag. Hiermee lijkt hof Den Bosch een vergelijking tussen het conservatoir beslag en de bankgarantie ten grondslag te leggen aan de overweging dat een bankgarantie voldoende vervangende zekerheid biedt. Mijns inziens is een vergelijking van de voor- en nadelen van beide zekerheden evenwel niet eens aan de orde, en behoeft alléén de vraag beantwoording of de bankgarantie – op zichzelf beschouwd – voldoende zekerheid biedt in de zin van artikel 705 lid 2 Rv. Daarbij behoort er géén plaats te zijn voor (i) een vergelijking tussen de twee zekerheden en (ii) een andersoortige belangenafweging van de omstandigheden van het geval.

Wat voldoende zekerheid is, wordt voorgeschreven in artikel 6:51 BW, naar welk artikel het hof ook uitdrukkelijk verwijst in zijn arrest van 14 april 2015. Ingevolge het tweede lid van voormeld artikel moet een aangeboden zekerheid ‘zodanig zijn dat de vordering en de (eventuele) daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen’. Voor het oordeel of zekerheid voldoende is, is dan niet van belang of de beslaglegger dezelfde (tussentijdse) mogelijkheden heeft om een vonnis ten uitvoer te leggen als bij een beslag. Evenmin is een vergelijking van overige voor- en nadelen tussen de twee zekerheden van belang. Het beslag en de vervangende zekerheid zijn er immers uitsluitend voor bedoeld om het verhaalsrisico van de schuldeiser af te dekken, niet om de schuldeiser van een eenvoudige manier te voorzien om haar vordering te incasseren of om de schuldeiser op andere wijze – bijvoorbeeld in faillissement – ten dienste te staan (vergelijk ook T.P. Hoekstra, ‘Beslaggarantie, zekerheid of eenvoudig incassomiddel?’, Trema 2008-5, p. 209). Als aangenomen kan worden dat een standaard NVB-bankgarantie, die pas ingeroepen kan worden nadat een uitspraak in kracht van gewijse is gegaan – op zichzelf beschouwd – voldoende zekerheid biedt voor afdekking van het verhaalsrisico, dan behoort er zoals gezegd geen enkele vergelijking of belangenafweging meer plaats te vinden. Met de enkele vaststelling dat de standaard bankgarantie voldoende zekerheid biedt ter afdekking van het verhaalsrisico, is immers voldaan aan het vereiste van artikel 705 Rv voor opheffing van het beslag.

Hoewel de uitkomst van het arrest van hof Den Bosch van 14 april 2015 tot tevredenheid stemt voor de rechtszekerheid en rechtseenheid in het Nederlandse handelsverkeer, mede in ogenschouw genomen de zeer diverse en uiteenlopende rechtspraak op dit gebied – óók na het arrest van hof Den Bosch uit 2005 – zou naar mijn mening (in de toekomst) onderstreept mogen worden dat een standaard bankgarantie zoals de NVB-bankgarantie, die pas ingeroepen kan worden nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, voldoende zekerheid biedt als bedoeld in artikel 705 Rv. Punt.

Yves Janssen,
17 april 2015

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: