De bestuurder van de bestuurder aansprakelijk?

19 april 2017

Het komt geregeld voor dat een onderneming is ondergebracht in een concernstructuur. De eenvoudigste vorm is dat de aandeelhouder en bestuurder van de werkmaatschappij een holdingvennootschap is. Daarvan is de ondernemer als natuurlijk persoon aandeelhouder en bestuurder. Er wordt soms gefluisterd dat dit wordt gedaan om de mogelijkheid van aansprakelijkheid voor de natuurlijk persoon te beperken. Maar is dat ook zo?

Op grond van artikel 11 Boek 2 van ons Burgerlijk Wetboek (art. 2:11 BW) is ook een bestuurder (onze natuurlijk persoon ondernemer) van een rechtspersoon bestuurder (in ons voorbeeld de holdingvennootschap) hoofdelijk aansprakelijk als die holdingvennootschap als bestuurder van de werkmaatschappij aansprakelijk is. Heeft het tussenschuiven van een holding om mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid te beperken dan zin?

Daar werd verschillend over gedacht, omdat het niet helemaal duidelijk was wat werd bedoeld met bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:11 BW. Duidelijk is dat daaronder de wettelijke bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:9 BW en 2:138/248 BW valt. Daarover bestaat geen verschil van mening. Maar of daar ook aansprakelijkheid als bestuurder op grond van onrechtmatig handelen valt, was in de rechtsliteratuur tot voor kort niet helemaal duidelijk. Er zijn schrijvers die van mening waren dat artikel 2:11 BW daarop niet van toepassing was. Waren, want de Hoge Raad heeft op 17 februari jl. duidelijkheid gegeven op dit punt: artikel 2:11 BW is ook van toepassing bij aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder op grond van onrechtmatig handelen.

Misschien denkt u nu: leuk voor juristen, maar wat heb ik daaraan?

Op onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:9 BW kan alleen de rechtspersoon zelf en de curator in faillissement gebruik maken. Op bestuurdersaansprakelijkheid in de zin van artikel 2:138/248 BW kan alleen de curator in faillissement een beroep doen. Als artikel 2:11 BW alleen ziet op die vormen van bestuurdersaansprakelijkheid zou u daarvan geen gebruik kunnen maken als u als schuldeiser van de vennootschap de bestuurder aansprakelijk stelt op grond van onrechtmatig handelen. Dan zou u dus ook onrechtmatig handelen van de ondernemer natuurlijk persoon moeten bewijzen.  Sinds deze uitspraak van de Hoge Raad is duidelijk dat u als individueel schuldeiser in een dergelijk geval ook via artikel 2:11 BW direct de natuurlijk persoon ondernemer aansprakelijk kunt stellen zonder aan te hoeven tonen dat naast de holdingvennootschap de natuurlijk persoon ook zelf onrechtmatig heeft gehandeld. Dat verlicht dus uw bewijslast en dat kan van belang zijn voor uw kansen op vergoeding van uw schade. Aan de andere kant heeft u als natuurlijk persoon bestuurder een mogelijk verweer tegen aansprakelijkstelling minder.

Met enige regelmaat stellen advocaten van ons kantoor bestuurders van rechtspersonen aansprakelijk of staan zij bestuurders bij die aansprakelijk gesteld worden. Mocht u een vraag hebben over mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid helpen wij u graag.

Haico Dings
19 april 2017

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: