De commoriëntenregel. Ook als er wél een volgorde van overlijden is vastgesteld?

06 februari 2019

Het lot en de rechtsgevolgen die de wet daaraan koppelt, kunnen soms wreed zijn. Dat geldt zeker in het erfrecht, waarin de dood, met de willekeur waarmee die soms lijkt in te treden, per definitie een rol speelt. Denk bijvoorbeeld aan een auto-ongeluk, waarbij de bestuurder op slag dood is en zijn vrouw tien minuten later bezwijkt aan haar verwondingen. Als zij bij testament niets anders geregeld hebben, bepaalt de wet in dat geval dat de vrouw eerst alles erft van de man. En vervolgens erven de broers, zussen en ouders van de vrouw alles van de vrouw, inclusief wat zij tien minuten eerder van haar man geërfd had. De familie van de vrouw krijgt dan uiteindelijk dus alles, en de familie van de man niets. Als de man iets later overleden zou zijn dan de vrouw, zou het precies andersom zijn geweest. “De volgorde van overlijden is als het ware te bestempelen als de aanwijzing van een lot”, zoals te lezen is in de uitspraak van de rechtbank Den Haag die hierna besproken zal worden.

Het komt ook voor dat niet bepaald kan worden wie van de twee echtelieden eerder overleden is. Als de hulpdiensten twee overleden mensen aantreffen in de auto, kan het best zijn dat de een nog iets langer in leven geweest is dan de ander, maar is dat soms niet meer vast te stellen. In dat geval zegt de wet dat die personen geacht worden gelijktijdig te zijn overleden en dat de een niet kan erven van de ander. Dat wordt de ‘commoriëntenregel’ genoemd. De familie van de man erft dan van de man, en de familie van de vrouw erft dan van de vrouw. Dat komt er in de regel op neer dat alles dan bij helfte wordt verdeeld over de twee families. De vaststelling dat de één iets later dan de ander overleden is, kan dus grote vermogensrechtelijke gevolgen hebben voor de ene en daarmee ook voor de andere familie.

Daar ging de moeder van de erflater in de casus waarover de rechtbank De Haag zich gebogen heeft ook van uit. Haar zoon was op huwelijksreis naar de Dominicaanse Republiek gegaan en was daar plotseling, als gevolg van een vergiftiging, samen met zijn vrouw overleden. Dat wil zeggen: de vrouw was iets eerder – mogelijk 23 minuten – overleden. Geen van beiden had bij testament iets anders geregeld, zodat de wet bepaalde dat de man geërfd had van de vrouw, en vervolgens de vader, moeder, broer en halfbroers van de man van de man. Uiteindelijk ging alles dus naar de familie van de man. De familie van de vrouw viste vermogensrechtelijk achter het net en erfde niets van de vrouw, omdat vastgesteld was dat de man iets langer geleefd had na de vergiftiging. De moeder wilde dat de rechtbank dat voor de goede orde ook voor recht zou verklaren, ook al vond zij zelf dat die eis “heel naar” overkwam en dat de reactie van de familie van de vrouw daarop emotioneel invoelbaar was.

Dat begrip dat de moeder geuit had over de negatieve reactie op haar nare eis, pakte voor haar verkeerd uit. De rechtbank verwees hier namelijk naar om te motiveren dat het inderdaad tegen het rechtsgevoel indruist dat in dit bijzondere geval het hele vermogen bij de familie van de man terechtkwam. De rechtbank was van oordeel dat het echtpaar niet nagedacht had over de mogelijkheid dat zij heel kort na elkaar zouden overlijden en de gevolgen die dat zou kunnen hebben voor hun bezittingen, en dat als zij dat wél zouden hebben gedaan, zij in een testament bepaald zouden hebben dat in deze omstandigheden hun vermogen over beide families moest worden verdeeld. Immers: volgens beide families vond het echtpaar het woord “samen” belangrijk, de echtelieden hadden samen vermogen opgebouwd waarin beide families hadden bijgedragen en die families hadden bij schenkingen niet bepaald dat het geschonkene buiten de huwelijksgoederengemeenschap viel. In dat licht, en gezien de bijzondere omstandigheden dat het echtpaar pas twee weken getrouwd was en zeer kort na elkaar overleden zijn aan dezelfde oorzaak, kon niet vastgehouden worden aan de wettelijke regels. Omdat toepassing van de wet in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, bepaalde de rechtbank dat de man géén erfgenaam van zijn vrouw was geweest, en dat haar familie van haar erfde.

De volgorde van overlijden is dus inderdaad te bestempelen als de aanwijzing van een lot, behalve als een rechter vindt dat dat niet eerlijk is. Dat een rechter een ander kan aanwijzen als erfgenaam dan degene die dat op grond van de wet zou moeten zijn, gaat wel erg ver. Erfopvolging heeft plaats bij versterf (op grond van de wettelijke regels, als er geen testament is) of krachtens uiterste wilsbeschikking (testament, zo nodig uitgelegd door een rechter), en normaal gesproken niet op grond van wat een rechter in redelijkheid verwacht dat een erflater in een testament zou hebben opgenomen áls hij bij testament over zijn vermogen beschikt zou hebben. In die zin is de uitspraak van de rechtbank opvallend te noemen.

Maar het is hoe dan ook iets om eens bij stil te staan: wat moet er met mijn vermogen gebeuren, als ik heel kort vóór mijn echtgenoot zou komen te overlijden? Als het niet de bedoeling is dat je vermogen eerst vererft naar je echtgenoot om vlak daarna terecht te komen bij je schoonfamilie, kun je hopen dat er na je overlijden een rechter zal zijn die begrijpt dat jij dat had willen regelen en bereid is de wet daarvoor opzij te zetten. Verstandiger lijkt het om dit dan bij testament te regelen. En dat testament kun je gewoon zelf maken, zo schreef ik eerder in dit artikel.

Koen Boddaert
6 februari 2019

commorientenregel
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: