De echtscheidingsprocedure in hoofdlijnen

10 november 2011

Als u eenmaal heeft besloten dat u wilt gaan scheiden, dient u de hulp van een advocaat in te schakelen. Het is namelijk niet mogelijk om zelf een echtscheidingsverzoek in te dienen bij de rechtbank. Mocht er nog sprake zijn van een redelijke verstandhouding, dan kunt u ervoor kiezen een gezamenlijke advocaat in de arm te nemen en een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding in te dienen. In dat geval is wel vereist dat u over alle rechtsgevolgen van de echtscheiding (zoals bijvoorbeeld de hoofdverblijfplaats van de kinderen, omgang, alimentatie en verdeling) in onderling overleg afspraken kunt maken. Indien de verstandhouding echter dusdanig verstoord is dat het maken van afspraken niet langer tot de mogelijkheden behoort, dan doet u er verstandig aan ieder een eigen advocaat in te schakelen. In dat geval spreken we van een echtscheiding op eenzijdig verzoek.

1. Gemeenschappelijk verzoek

Als u nog in staat bent om afspraken met elkaar te maken over wat er na de echtscheiding moet gebeuren met de kinderen, de echtelijke woning en de verdeling, zal de advocaat de door u gemaakte afspraken vastleggen in een overeenkomst oftewel het echtscheidingsconvenant. Als er minderjarige kinderen bij de echtscheiding betrokken zijn, moet er (sinds 1 maart 2009) ook een ouderschapsplan worden opgesteld. Een ouderschapsplan bevat alle afspraken tussen de ouders over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de wijze waarop zij elkaar zullen informeren en raadplegen over belangrijke aangelegenheden betreffende de kinderen en de wijze waarop de ouders in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zullen voorzien.

Zodra het echtscheidingsconvenant en - indien er minderjarige kinderen bij de echtscheiding betrokken zijn - ouderschapsplan ondertekend zijn, zal de advocaat namens u een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding indienen bij de rechtbank. De echtscheiding wordt door de rechtbank schriftelijk afgedaan. Er vindt dus geen mondelinge behandeling plaats, hetgeen door veel mensen als een groot voordeel van de echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek wordt gezien.

Als de rechtbank de echtscheiding heeft uitgesproken moet deze uitspraak (ook wel beschikking genoemd) worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente waarin u bent getrouwd. Hoewel u allebei het recht heeft om nog gedurende drie maanden hoger beroep in te stellen tegen de beschikking van de rechtbank, wil men in een echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek normaliter geen gebruik maken van dat recht, omdat de rechter immers de door u gemaakte afspraken over de rechtsgevolgen van de echtscheiding heeft overgenomen. Om te voorkomen dat u toch drie maanden zou moeten wachten voordat de echtscheidingsbeschikking kan worden ingeschreven, kunt u beiden een zogenaamde akte van berusting ondertekenen. Door ondertekening van deze akte verklaart u bekend te zijn met de inhoud van de beschikking en de "bedenktijd" van drie maanden, maar dat u van dit recht geen gebruik wilt maken en reeds nu tot inschrijving van de echtscheidingsbeschikking over wilt gaan. Indien u beiden deze akte ondertekent, kan de advocaat de gemeente al vóór het verstrijken van de hoger beroeptermijn verzoeken de echtscheidingsbeschikking in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente. Zodra deze inschrijving heeft plaatsgevonden, is de echtscheiding definitief. De datum die staat vermeld op het bewijs van inschrijving, geldt als de datum van echtscheiding (en dus niet de datum die staat vermeld op de beschikking van de rechtbank).

Afhankelijk van de snelheid waarmee het echtscheidingsconvenant en (indien nodig) ouderschapsplan kunnen worden opgesteld en ondertekend en afhankelijk van de drukte bij de rechtbank duurt een echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek gemiddeld zo'n twee tot drie maanden.

2. Eenzijdig verzoek

Mocht een echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek niet (meer) tot de mogelijkheden behoren, dan dient de advocaat namens u een echtscheidingsverzoek in bij de rechtbank. In dat verzoekschrift wordt meestal niet alleen gevraagd de echtscheiding uit te spreken, maar wordt bijvoorbeeld ook gevraagd om (kinder- en/of partner)alimentatie en/of te bepalen waar de kinderen na echtscheiding zullen gaan wonen, een omgangsregeling (tegenwoordig "zorg- en contactregeling" genoemd) enzovoorts. Sinds 1 maart 2009 is het bovendien verplicht een ouderschapsplan aan het echtscheidingsverzoekschrift toe te voegen, indien er sprake is van (een) minderjarige kind(eren) waarover (één van) u het gezag uitoefent.

Dit echtscheidingsverzoek zal door de deurwaarder aan de andere partij worden betekend. Deze heeft vervolgens in beginsel zes weken de tijd om een verweerschrift in te dienen en eventuele zelfstandige verzoeken te doen. Voor het indienen van een verweerschrift is wel noodzakelijk dat de verwerende partij zich laat bijstaan door een advocaat.

Vervolgens zal de rechtbank een mondelinge behandeling bepalen, tijdens welke behandeling beide partijen de gelegenheid krijgen het verzoek- en verweerschrift mondeling toe te lichten en te reageren op elkaars standpunten. Vervolgens zal de rechter (in beginsel) enkele weken later een beslissing nemen, de reeds eerder genoemde echtscheidingsbeschikking. Ook hier geldt weer dat deze beschikking moet worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente waar u bent getrouwd.

Indien u beiden aan deze inschrijving wilt meewerken, kan de beschikking worden ingeschreven vóór afloop van de hoger beroeptermijn indien u beiden een akte van berusting ondertekent. Mocht één van u beiden echter niet willen meewerken aan de inschrijving, dan kan de ander daartoe pas overgaan nadat de hoger beroeptermijn van drie maanden is verstreken. Pas als de inschrijving heeft plaatsgevonden, is de echtscheiding definitief.

3. Voorlopige voorzieningen

Aangezien een echtscheidingsprocedure lang kan duren, is het mogelijk om de rechtbank te vragen voorlopige voorzieningen te treffen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure. U kunt daarbij denken aan de volgende voorzieningen:

  • wie mag tijdens de echtscheidingsprocedure in de echtelijke woning wonen;
  • aan wie worden de minderjarige kinderen tijdens de echtscheidingsprocedure toevertrouwd;
  • de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (omgangsregeling);
  • partner- en/of kinderalimentatie;
  • het beschikbaar stellen van de goederen strekkend tot het dagelijks gebruik.

Voor het aanvragen van voorlopige voorzieningen dient u(w advocaat) een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank. Een verzoekschrift tot het treffen van voorlopige voorzieningen kan zowel voorafgaand aan de echtscheidingsprocedure worden ingediend als tijdens de echtscheidingsprocedure. Indien u voorafgaand aan de echtscheidingsprocedure voorlopige voorzieningen vraagt, dient u er wel rekening mee te houden dat het echtscheidingsverzoek binnen vier weken nadat de voorlopige voorziening is getroffen moet zijn ingediend, want anders verliezen de voorlopige voorzieningen hun geldigheid. Als de echtscheidingsprocedure tijdig aanhangig wordt gemaakt of al aanhangig is op het moment dat de voorlopige voorzieningen worden getroffen, blijven de voorlopige voorzieningen gelden totdat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand dan wel de mogelijkheid tot inschrijving is komen te vervallen. Mocht het echtscheidingsverzoek worden ingetrokken, dan komt eveneens de geldigheid van de voorlopige voorzieningen te vervallen.

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: