De eigendomsverkrijging van gevonden voorwerpen

29 januari 2016

In onze nieuwsbrief van januari 2016 besteedden we aandacht aan een uitspraak over een werknemer die tijdens zijn werk een geldbedrag van € 15.100,00 vond, en het niet aan zijn werkgever hoefde af te geven. Aanleiding om eens op een rijtje te zetten wat u met gevonden voorwerpen geacht wordt te doen, en hoe de eigendom daarvan verkregen kan worden.

Aan niemand toebehorende zaken

In de eerste plaats is het van belang om vast te stellen of het gevonden voorwerp een zaak is die aan niemand toebehoort, of een onbeheerde zaak die wél aan iemand toebehoort. In het eerste geval is eigendomsverkrijging eenvoudig: door een zaak die aan niemand toebehoort in bezit te nemen, verkrijg je de eigendom ervan. Het gaat daarbij om zaken waarvan de eigenaar het bezit heeft prijsgegeven met het oogmerk zich van de eigendom te ontdoen zoals een oude inboedel die aan de weg gezet is of naar de stort wordt gebracht, of om dieren zolang zij in hun natuurlijke vrijheid verkeren. Los van de vraag of dat van overheidswege mag; als je een wild konijn vangt, heb je daar civielrechtelijk de eigendom van verkregen. De eigendom van een zaak die van niemand is, verkrijg je dus eenvoudigweg door het in bezit te nemen.

Onbeheerde zaken; de verplichtingen van de vinder

Er kan ook sprake zijn van een zaak die wel in eigendom toebehoort aan iemand, maar die door de eigenaar ergens onbeheerd is achtergelaten (een verloren zaak dus). Of sprake is van een onbeheerde zaak is niet altijd duidelijk, en zal afhangen van de omstandigheden van het geval ten tijde van de vondst van de zaak. Een fiets die niet op slot staat maar wel in een fietsenrek geplaatst is geldt waarschijnlijk niet als onbeheerd; een fiets die langs de kant van de weg ligt mogelijk wel. Van de eerste fiets zul je moeten afblijven, maar de tweede fiets mag je onder je nemen. Er is dan wel een aantal wettelijke verplichtingen waaraan je in het belang van de rechtmatige eigenaar moet voldoen. Het gaat daarbij om de volgende verplichtingen.

Aangifte bij een gemeente

De vinder die een onbeheerde zaak onder zich neemt is in de eerste plaats verplicht om met bekwame spoed aangifte van zijn vondst te doen. Die aangifte kan in iedere gemeente gedaan worden, bij de daartoe aangewezen ambtenaar. Van die ambtenaar kan dan een bewijs van aangifte verlangd worden. Aangifte kan achterwege blijven als de vinder meteen na de vondst mededeling heeft gedaan aan degene die hij als eigenaar of als tot ontvangst bevoegd mocht beschouwen.

Een voorbeeld uit de rechtspraak van hoe dit mis kan gaan, betreft een caissière die een bij de kassa achtergelaten portemonnee zonder controle afgeeft aan iemand die zegt dat haar vriend die portemonnee vergeten was. Omdat de caissière er niet zomaar van uit mocht gaan dat de portemonnee inderdaad van de vriend van de vrouw was aan wie ze de portemonnee meegaf, schond de caissière haar verplichting om aangifte van de vondst te doen en handelde zij (althans haar werkgever) onrechtmatig jegens de rechtmatige eigenaar.

Mededeling

Als de zaak gevonden is in een woning, een gebouw of een vervoermiddel, is de vinder die verplicht is tot aangifte tevens verplicht om met bekwame spoed van de vondst mededeling te doen bij degene die de woning bewoont of het gebouw of vervoermiddel in gebruik of exploitatie heeft, dan wel bij degene die daar voor hem toezicht houdt. Vind je een portemonnee in een parkeergarage, of een laptop in een trein, dan ben je dus niet alleen verplicht om daarvan aangifte te doen bij een gemeente, maar ook om van je vondst mededeling te doen bij de beheerder van de parkeergarage, of de NS. Let wel: als je de gevonden zaak afgeeft aan de bewoner/gebruiker/exploitant, gaat de rechtspositie die je als vinder had over op degene aan wie je de zaak afgeeft, zonder dat je een recht op beloning hebt.

Bewaring

De vinder die een onbeheerde zaak onder zich genomen heeft, is ten slotte verplicht om ervoor te zorgen dat deze bewaard wordt ten behoeve van de rechtmatige eigenaar. Je kunt een gevonden zaak altijd in bewaring geven bij een gemeente. Als een gemeente dat vordert, ben je daar zelfs toe verplicht. Zolang de vinder de zaak niet in bewaring gegeven heeft bij een gemeente, is hij verplicht om zelf voor bewaring en onderhoud te zorgen, en om al datgene te doen wat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd om de eigenaar of verliezer te ontdekken. In bijzondere gevallen kan van een vinder die de zaak onder zich houdt zelfs verlangd worden dat hij een advertentie plaatst om de eigenaar te traceren.

Vergoeding van kosten, vindersloon

Mocht de eigenaar zich tijdig melden bij de vinder die aan al zijn verplichtingen voldaan heeft, dan is de eigenaar verplicht om de kosten van bewaring en onderhoud van de zaak en opsporing van de eigenaar, aan de vinder te vergoeden. Zolang die kosten niet vergoed worden, hoeft de vinder de zaak niet af te geven. Sterker nog: als de eigenaar de verschuldigde kosten niet binnen één maand na opgave heeft voldaan, wordt hij geacht zijn recht op de zaak te hebben prijsgegeven, en wordt de vinder op dat moment eigenaar.

Daarnaast heeft de vinder die aan al zijn verplichtingen voldaan heeft en die de zaak aan de eigenaar teruggeeft, ‘naar omstandigheden’ recht op een beloning. De omstandigheden die recht op vindersloon geven zullen veelal zien op de moeite en de zorg die de vinder zich getroost heeft. De vinder heeft wat dit betreft géén retentierecht: hij kan de zaak dus niet onder zich houden als de eigenaar geen vindersloon betaalt. Er geldt niet een vast vindersloon, in de zin van een percentage van de waarde van de vondst. Als de vinder recht heeft op een beloning, dan gaat het om een ‘redelijke beloning’. Wat redelijk is, zal afhangen van de omstandigheden van het geval.

Eigendomsverkrijging

Als je als vinder van een onbeheerde zaak aan alle hierboven omschreven eisen voldaan hebt, en de eigenaar meldt zich níet, kun je na relatief korte tijd de eigendom van die zaak verkrijgen. In beginsel wordt een vinder eigenaar van een gevonden zaak als deze zich één jaar na de aangifte of mededeling nog in de macht van de vinder of de gemeente bevindt, en de rechtmatige eigenaar of degene die tot ontvangst van de zaak bevoegd is zich in die tijd niet aangemeld heeft bij degene die de zaak in bewaring heeft.

Als je de gevonden zaak in bewaring gegeven hebt bij de gemeente, zul je je overigens  binnen één maand na eigendomsverkrijging weer bij de gemeente moeten melden om de zaak in ontvangst te nemen. Doe je dat niet, dan mag de burgemeester de zaak waarvan je de eigendom verkregen hebt, voor rekening van de gemeente aan een derde verkopen of afgeven, of vernietigen.

Als het om een zaak gaat die (zonder vordering daartoe van de gemeente) bij de gemeente in bewaring gegeven is en die als ‘niet-kostbare zaak’ wordt aangemerkt, gelden andere regels. Of iets een niet-kostbare zaak is, wordt bepaald aan de hand van Besluit gevonden voorwerpen; op dit moment wordt een zaak die minder dan € 450,00 waard is als ‘niet-kostbaar’ aangemerkt. Als je een zaak die minder waard is dan € 450,00 bij de gemeente in bewaring geeft zonder dat de gemeente dit gevorderd had, dan verkrijg je de eigendom daar niet van door het verstrijken van de tijd. Deze zaken mag de burgemeester drie maanden na inbewaringgeving voor rekening van de gemeente verkopen of om niet aan een derde overdragen, of zelfs vernietigen als de eigenaar zich dan niet gemeld heeft. Als de eigenaar zich na die termijn bij de gemeente meldt en de gemeente de zaak dan redelijkerwijs nog ter beschikking kan stellen aan de eigenaar, mag de burgemeester niet tot vervreemding of vernietiging overgaan.

Het kan voorkomen dat je een zaak in bezit neemt waarvan je meent dat deze aan niemand toebehoort, maar die in werkelijkheid verloren is door de eigenaar. De beoordeling of de zaak is prijsgegeven of onbeheerd is achtergelaten door de eigenaar, is voor risico van de vinder. Als je een zaak in bezit neemt waarvan je denkt dat die aan niemand toebehoort, maar waarvan later blijkt dat er een eigenaar is die deze zaak verloren was, dan ben je géén eigenaar geworden door inbezitneming. Omdat je dan evenmin voldoet aan de verplichtingen die op je rusten als vinder van een verloren zaak (aangifte/mededeling/inbewaringgeving of -neming) verkrijg je ook niet de eigendom van deze verloren zaak door het verstrijken van een jaar na aangifte of mededeling.

Wél is het mogelijk dat je de eigendom van die zaak in dat geval verkrijgt als gevolg van verjaring. Indien je te goeder trouw bent – dat wil zeggen: als je geen rekening had hoeven te houden met de mogelijkheid dat de zaak een verloren zaak was – verkrijg je als vinder de eigendom van die zaak door een onafgebroken bezit daarvan gedurende drie jaar. Als je niet te goeder trouw bent, dus als je wél rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat het niet om een zaak ging die aan niemand toebehoorde, maar om een zaak die iemand verloren was (of als je dat heel goed wist), verkrijg je de eigendom pas als je gedurende twintig jaar niet door de eigenaar bent aangesproken op teruggave van zijn zaak.

Schatvinding

En dan is er nog een bijzonder soort ‘gevonden voorwerpen’, waarvoor een specifieke wijze van eigendomsverkrijging geldt: de schat. Een schat is een zaak van waarde, die zo lang verborgen is geweest dat daardoor de eigenaar niet meer kan worden opgespoord. Een zaak is verborgen, wanneer ze bij normale opmerkzaamheid niet wordt waargenomen. Dat een zaak zolang verborgen is geweest dat het onmogelijk is de eigenaar op te sporen kan normaal gesproken voldoende uit de ouderdom van het gevonden voorwerp blijken.

Een schat komt voor gelijke delen toe aan degene die hem ontdekt, en aan de eigenaar van de onroerende zaak of roerende zaak waarin de schat wordt aangetroffen. Het gaat daarbij om de ‘ontdekker’ in letterlijke zin: degene die de zak bloot legt (en niet degene die de plaats van de schat weet te bepalen) is de ontdekker en wordt (mede)eigenaar. Als je de buurman aan het helpen bent met het omspitten van zijn tuin, en je stuit daarbij op een muntenverzameling uit de Romeinse tijd, dan worden jij en je buurman ieder voor de helft eigenaar van die schat. Wel ben je dan, als ontdekker, verplicht om met bekwame spoed aangifte te doen van de vondst in een gemeente, bij een daartoe aangewezen ambtenaar. Als er geen aangifte gedaan is, of onzeker is aan wie de zaak toekomt, kan de gemeente vorderen dat deze aan haar in bewaring gegeven wordt, totdat vaststaat wie rechthebbende is.

Om te eindigen bij het begin: wat als de werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden niet een geldbedrag, maar een schat vindt? Komt die schat hem dan voor de helft toe, of is zijn werkgever (mede)eigenaar geworden? Het antwoord op die vraag is blijkens de parlementaire geschiedenis afhankelijk van de vraag wat het doel is van de aan de werknemer opgedragen werkzaamheden. Als het doel van de opgedragen arbeid het vinden van schatten is, dan komt het recht van de ontdekker aan de werkgever toe; als de schat bij toeval bij het uitvoeren van geheel ander werk door de werknemer wordt gevonden, dan heeft de werknemer recht op de helft van de schat.

Koen Boddaert
29 januari 2016

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: