De onderhoudsplicht voor de stiefouder

22 juli 2013

Financiële verantwoordelijkheid voor de kinderen van uw nieuwe partner

Volgens de wet is de stiefouder gedurende zijn[1] huwelijk of geregistreerd partnerschap onderhoudsplichtig ten aanzien van de tot zijn gezin behorende minderjarige kinderen van zijn echtgenoot of geregistreerd partner.

Hoewel nergens in de wet een definitie wordt gegeven van het begrip “stiefouder”, volgt wel uit de wet dat men slechts stiefouder kan worden door te trouwen dan wel een geregistreerd partnerschap aan te gaan met de juridische ouder van een kind. Iemand die samenwoont met een partner die kinderen heeft, wordt door de wetgever niet als stiefouder aangemerkt en is dus niet onderhoudsplichtig ten aanzien van de kinderen van zijn partner.

In de huidige maatschappij komt samenwoning veelvuldig voor, waardoor al herhaaldelijk in zowel de literatuur als de jurisprudentie de vraag is gerezen of het begrip stiefouder niet ruimer moet worden uitgelegd. Is het wel redelijk om onderscheid te maken tussen gehuwden en (duurzaam) samenwonenden? In de rechtspraak wordt vooralsnog echter steeds de lijn van de Hoge Raad gevolgd, die in haar arrest van 8 april 1994 (NJ 1994, 439) heeft bepaald dat uit de wet volgt dat “alleen degene die is gehuwd[2] met de ouder van een wettig of natuurlijk kind dat tot zijn gezin behoort maar waarvan hij niet de ouder is” als stiefouder kan worden aangemerkt. In 2011 heeft het Hof Leeuwarden (LJN: BQ8148) nog geheel in de lijn van de eerdere jurisprudentie bepaald dat het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat om de nieuwe partner van de vrouw met wie de vrouw enkel (duurzaam) samenwoont, gelijk te stellen met de stiefvader. Met andere woorden: het is aan de wetgever en niet aan de rechter om te bepalen of het begrip “stiefouder” ruimer moet worden uitgelegd vanwege de maatschappelijke ontwikkelingen. De wetgever waagt zich er vooralsnog echter niet aan om ook de duurzaam samenwonende partner tot stiefouder te benoemen.

Op grond van het voorgaande kan dus worden geconcludeerd dat samenwoners geen onderhoudsverplichting hebben ten aanzien van de kinderen van hun partner. Maar rust op  gehuwde of geregistreerde partners wel altijd een onderhoudsverplichting jegens de kinderen van hun echtgenote of geregistreerde partner? Het antwoord luidt ontkennend. De wet kent immers nog een restrictie: de kinderen moeten tot het gezin van de stiefouder behoren. Dat betekent dat als de kinderen na echtscheiding bij de moeder blijven wonen, de nieuwe partner van de moeder onderhoudsplichtig wordt ten aanzien van deze kinderen zodra hij met de moeder trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat. Vanaf dat moment wordt hij namelijk als stiefouder van de kinderen aangemerkt. In voormeld voorbeeld geldt eenzelfde onderhoudsverplichting niet voor de tweede echtgenote (of geregistreerd partner) van de vader van de kinderen. De kinderen behoren namelijk niet tot het gezin van de vader en diens partner, omdat de kinderen in voormeld voorbeeld hun hoofdverblijf hebben bij de moeder. Overigens moet het begrip “tot het gezin behoren” wel ruim worden uitgelegd. Een uitwonende student wordt nog wel geacht tot het gezin te behoren, ook al woont het kind feitelijk niet meer bij de ouder en de stiefouder.

Bovendien geldt de onderhoudsverplichting van stiefouders slechts gedurende hun huwelijk of geregistreerd partnerschap met de ouder. Komt aan dit huwelijk of geregistreerd partnerschap een einde, dan eindigt dus ook de onderhoudsverplichting van de stiefouder.




[1] Waar in dit artikel wordt gesproken over “zijn” kan vanzelfsprekend ook “haar” gelezen worden.

[2] Het geregistreerd partnerschap is pas in 1998  ingevoerd, vandaar dat het arrest van 1994 slechts spreekt over “gehuwd”.

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: