Frauderende bestuurder kan binnenkort bestuursverbod krijgen

27 mei 2016

Op 3 september 2014 is een wetsvoorstel ingediend in de Tweede Kamer genaamd “Wet Civielrechtelijk Bestuursverbod”. Met dit wetsvoorstel wil onze wetgever faillissementsfraude aan pakken door een bestuursverbod te introduceren voor bestuurders van rechtspersonen die zich hebben misdragen.

De rechter kan onder bepaalde specifiek in de wet genoemde omstandigheden een bestuurder verbieden voor een duur van maximaal 5 jaar bestuurder of commissaris te zijn van een rechtspersoon. Daaronder wordt begrepen de NV, BV, vereniging, stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij. Het verbod kan ook worden opgelegd aan de bestuurder van een rechtspersoon die bestuurder is van een andere rechtspersoon. Ook aan een feitelijk leidinggever dan wel aan een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf kan een bestuursverbod worden opgelegd.

Bedoelde in de wet genoemde omstandigheden zijn:

  • De rechter heeft een bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de artikelen 2:138 of 2:248 van het Burgerlijk Wetboek vastgesteld (deze artikelen kunnen overigens alleen door een curator in stelling worden gebracht);
  • De bestuurder heeft doelbewust namens de failliete rechtspersoon paulianeuze rechtshandelingen verricht, toegelaten of mogelijk gemaakt die door de rechter op grond van artikel 42 of 47 van de Faillissementswet zijn vernietigd;
  • De bestuurder is, ondanks een verzoek van de curator, tegenover de curator in ernstige mate tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsplichten die volgen uit de Faillissementswet;
  • De bestuurder was al tenminste twee maal eerder betrokken bij een faillissement van een rechtspersoon waarvan hem een persoonlijk verwijt treft;
  • Aan de rechtspersoon of aan de bestuurder ervan is een boete opgelegd wegens een vergrijp als bedoeld in de artikelen 67d, 67e of 67f van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.

Deze omstandigheden moeten zich dan hebben voorgedaan tijdens of niet langer dan drie jaar voorafgaand aan het faillissement van de rechtspersoon.

Een bestuursverbod wordt door de rechter opgelegd op verzoek van het Openbaar Ministerie of de curator. Als de rechter een bestuursverbod oplegt, mag de bestuurder niet meer tot bestuurder of commissaris worden benoemd en mag hij geen bestuurder of commissaris blijven bij rechtspersonen waar hij op dat moment bestuurder of commissaris is.

Als een bestuurder ondanks het bestuursverbod toch tot bestuurder of commissaris van een rechtspersoon wordt benoemd, is die benoeming nietig.

Dit wetsvoorstel is op 5 april 2016 door de Eerste Kamer aangenomen en op 25 april 2016 gepubliceerd in de Staatscourant. De wet zal in werking treden op een nog bij koninklijk besluit te bepalen datum. Die datum is nog niet bekend.

Haico Dings
27 mei 2016

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: