Gevolgen Hervorming kindregelingen voor alimentatie

28 mei 2014

Onlangs heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Hervorming kindregelingen. Naar verwachting zal dit wetsvoorstel binnenkort door de Eerste Kamer worden aangenomen, waarna de wet met ingang van 1 januari 2015 in werking zal treden. Wat houdt deze nieuwe wet in en wat zijn de gevolgen van deze wet voor de door u te betalen (of te ontvangen) kinderalimentatie?

Huidige regeling

Op dit moment is er een veelvoud aan zogenaamde kindregelingen, waarvan de meest bekenden waarschijnlijk de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting en de kinderopvangtoeslag zijn.

Ook de aftrekpost levensonderhoud voor kinderen tot 21 jaar is de meeste ouders wel bekend. Als een gescheiden ouder tenminste € 416,00 per kwartaal uitgeeft aan kosten voor levensonderhoud van zijn/haar kind, voor welk kind door de betreffende ouder geen kinderbijslag wordt ontvangen (bijvoorbeeld omdat het kind staat ingeschreven op het adres van de andere ouder die daarom de kinderbijslag ontvangt) en het kind ook (nog) geen recht heeft op studiefinanciering, mag de betreffende ouder een forfaitair bedrag in mindering brengen op zijn inkomen in box I (mits het kind nog niet de leeftijd van 21 heeft bereikt), waardoor de ouder dus minder inkomstenbelasting verschuldigd is.

Wat gaat er veranderen?

Als het wetsvoorstel Hervorming kindregelingen door de Eerste Kamer wordt aangenomen, zijn er volgend jaar nog maar vier kindregelingen over: de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de kinderopvangtoeslag en de combinatiekorting. De overige kindregelingen, waaronder de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting, de ouderschapsverlofkorting en de aftrekpost levensonderhoud voor kinderen worden afgeschaft.

De kinderopvangtoeslag en de combinatiekorting – een inkomensafhankelijke tegemoetkoming voor werkende ouders in de vorm van een heffingskorting – blijven ongewijzigd. Ook de kinderbijslag blijft ongewijzigd. Hoewel het aanvankelijk de bedoeling was om de kinderbijslag voor kinderen vanaf zes jaar geleidelijk te verlagen tot de bedragen die ook voor kinderen tot zes jaar gelden, lijkt deze verlaging voorlopig van de baan.

Het kindgebonden budget voor de eerste twee kinderen wordt verhoogd. Ter compensatie voor onder andere het vervallen van de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting ontvangt een alleenstaande ouder die in aanmerking komt voor een kindgebonden budget na invoering van de Wet Hervorming kindregelingen een extra inkomensafhankelijke toeslag: de alleenstaande ouderkop. De huidige inkomensgrens om in aanmerking te komen voor een kindgebonden budget gaat echter omlaag en wordt gelijk getrokken met de grens die geldt voor zorgtoeslag. Het gevolg hiervan zal zijn dat minder mensen recht zullen hebben op een maximale tegemoetkoming.

Mogelijke gevolgen voor alimentatie

Bij de vaststelling van de kinderalimentatie is rekening gehouden met de behoefte van het kind en de draagkracht van de ouders. De hervorming van de kindregelingen kan effect hebben op de behoefte van het kind en/of de draagkracht van de ouders en brengt dus een wijziging van omstandigheden met zich mee op grond waarvan de alimentatie opnieuw beoordeeld zou kunnen worden.

Wijzigingen op het gebied van het kindgebonden budget kunnen een rol spelen bij de bepaling van de behoefte van een kind. De behoefte van een kind wordt sinds 1 januari 2013 immers vastgesteld door het kindgebonden budget dat de verzorgende ouder ontvangt, in mindering te brengen op het eigen aandeel in de kosten van de kinderen. Met andere woorden: hoe hoger het kindgebonden budget, hoe lager de behoefte van het kind. Indien de draagkracht van beide ouders de behoefte van het kind overstijgt, zou een lagere behoefte dus tot een verlaging van de kinderalimentatie kunnen leiden.

Het vervallen van de alleenstaande ouderkorting en de afschaffing van de aftrekbaarheid van de kinderalimentatie, zijn echter hervormingen die de draagkracht van de ouders in negatieve zin beïnvloeden en dus tot een verlaging van de alimentatie zouden kunnen leiden. Met name de afschaffing van de aftrekpost levensonderhoud voor kinderen zal voor veel gescheiden ouders tot een verminderde draagkracht leiden. Bij het vaststellen van de kinderalimentatie is destijds immers rekening gehouden met deze aftrekpost, doordat het fiscale voordeel dat de alimentatiebetalende ouder zal ontvangen, is opgeteld bij de draagkracht van deze ouder. Indien deze aftrekpost komt te vervallen, terwijl de alimentatie ongewijzigd blijft, lijdt de alimentatiebetalende ouder al snel een financieel nadeel van enkele honderden euro’s per jaar en dit nadeel wordt natuurlijk groter naarmate er voor meer kinderen alimentatie betaald wordt.

Overigens zijn de aftrekbare bedragen voor levensonderhoud voor kinderen tot 21 jaar dit jaar al met ongeveer 30% verlaagd ten aanzien van voorgaande jaren, hetgeen ook al een aanleiding zou kunnen zijn voor een herziening van de alimentatie.

Conclusie

Indien de voorgenomen hervormingen daadwerkelijk met ingang van 1 januari 2015 doorgevoerd zullen worden, is het verstandig te laten berekenen in hoeverre de door u te betalen of te ontvangen kinderalimentatie per 1 januari 2015 nog aan de wettelijke maatstaven voldoet. Voor het maken van een dergelijke berekening kunt u uiteraard contact met mij opnemen.

Imke Vorbach,
28 mei 2014

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: