Kat in de zak gekocht? Niet vergeten op tijd te klagen!

20 mei 2015

De klachtplicht van de koper

Als u iets koopt, moet u krijgen wat u mocht verwachten. Of, juridisch gezegd, een verkoper is verplicht een zaak te leveren die beantwoordt aan de koopovereenkomst[1]. Als die zaak niet de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten, dan beantwoordt die zaak niet aan de overeenkomst. Er is dan sprake van “non-conformiteit”. Denk bijvoorbeeld aan een auto waarvan de motor kapot blijkt te zijn, een huis met een rotte vloer of een kreupel paard. Als sprake is van non-conformiteit, heeft de koper een aantal rechten, zoals het recht op correcte nakoming, het recht op ontbinding van de koopovereenkomst en het recht op schadevergoeding. Maar al die rechten vervallen[2], als de koper niet binnen bekwame tijd geklaagd heeft over de non-conformiteit.

Wanneer begint de klachttermijn te lopen?

De koper kan er geen beroep meer op doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, als hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, kennis heeft gegeven, aldus de wet. De klachttermijn begint dus te lopen op het moment dat het gebrek ontdekt is, of redelijkerwijs ontdekt had moeten worden. In een beperkt aantal gevallen begint de klachttermijn pas te lopen als de koper het gebrek daadwerkelijk ontdekt heeft: bij consumentenkopen, en in die gevallen waarin blijkt dat aan de zaak een eigenschap ontbreekt die deze volgens de verkoper bezat, of de afwijking betrekking heeft op feiten die de verkoper kende of behoorde te kennen maar die hij niet heeft meegedeeld. In die gevallen hoeft de kennisgeving dus pas binnen bekwame tijd na de daadwerkelijke ontdekking geschieden.

In alle andere gevallen begint de termijn te lopen op het moment dat de koper dit heeft ontdekt of “redelijkerwijs had behoren te ontdekken”. Dat betekent, dat van de koper verwacht wordt dat hij de aan hem afgeleverde zaak onderzoekt. Als hij bij een redelijkerwijs van hem te verwachten onderzoek had moeten ontdekken dat de zaak niet aan de koopovereenkomst beantwoordde, dan is de klachttermijn al begonnen voordat het gebrek ook echt ontdekt is. Wat van de koper verwacht mag worden bij dit onderzoek zal afhangen van de ingewikkeldheid van het onderzoek. Maar als je een gekochte zaak na aflevering helemaal niet onderzoekt, loop je het risico dat na enige tijd al je rechten verspeeld zijn en dat je niet meer bij de verkoper kunt aankloppen als je later ontdekt dat de gekochte zaak niet is wat je ervan verwacht had.

Hoe lang is de klachttermijn?

Zodra hij een non-conformiteit ontdekt heeft of had moeten ontdekken, moet de koper “binnen bekwame tijd” de verkoper daarvan in kennis stellen. Maar wat is “binnen bekwame tijd”? Alleen in het geval van een consumentenkoop noemt de wet een concrete termijn: bij een dergelijke koop is een kennisgeving binnen een termijn van twee maanden na de ontdekking tijdig. Als consument heb je na ontdekking van een gebrek aan een gekochte zaak dus twee maanden de tijd om daar bij de verkoper met succes over te kunnen klagen. Dat betekent overigens niet, dat je als consument daarna niet meer met succes kunt klagen. Of een kennisgeving na het verstrijken van een periode van meer dan twee maanden nog als tijdig kan worden aangemerkt, is afhankelijk van de (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval. Maar de consument doet er goed aan binnen twee maanden te klagen, om de discussie hierover te voorkomen.

Bij een andere (niet-consumenten)koop is geen concrete klachttermijn genoemd in de wet. Er kan in zo’n geval ook niet een uitgangspunt voor een vaste termijn worden gehanteerd bij de beantwoording van de vraag of tijdig geklaagd is. De vraag of in die gevallen de kennisgeving binnen bekwame tijd is geschied, moet worden beantwoord door afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het eventuele nadeel van de verkoper door de lengte van de in acht genomen termijn. Het is dus de rechter die het uiteindelijk beoordeelt.

De rechter moet daarbij aan de ene kant rekening houden met het voor de koper ingrijpende gevolg van het te laat protesteren (verval van al zijn rechten) en aan de andere kant met de concrete belangen waarin de verkoper is geschaad door het late tijdstip waarop dat protest gedaan is, zoals een benadeling in zijn bewijspositie of een aantasting van zijn mogelijkheden om de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. De tijd die is verstreken tussen het tijdstip dat bekendheid met het gebrek bestaat of redelijkerwijs diende te bestaan, en dat van het protest, vormt in die beoordeling weliswaar een belangrijke factor, maar is niet doorslaggevend. Het kan dus zijn dat in het ene geval een klacht binnen een maand te laat is, terwijl in het andere geval een klacht na drie maanden nog als tijdig wordt aangemerkt. Ook hier geldt natuurlijk dat je beter zo snel als mogelijk kunt klagen.

Wie moet wat stellen en bewijzen?

Eind vorig jaar heeft de Hoge Raad[3] een uitspraak gedaan, waarin het bovenstaande nog eens op een rijtje gezet is. Het ging daarbij om 117.000 petten die op 21 april 2000 geleverd waren aan de koper, die op 4 juli 2000 geklaagd had over de kwaliteit ervan. Na een procedure bij de rechtbank, het gerechtshof, de Hoge Raad, een ander gerechtshof en weer de Hoge Raad, luidde het oordeel (bijna vijftien jaar na aflevering van de petten) dat niet op tijd geklaagd was, zodat alle rechten van de koper vervallen waren. Daarbij heeft de Hoge Raad ook uiteengezet, hoe de stelplicht en bewijslastverdeling geregeld zijn als het gaat om de klachtplicht van de koper.

De verkoper is wat dat betreft als eerste aan zet: hij zal het verweer moet voeren dat de koper niet tijdig geklaagd heeft. Pas als dat verweer gevoerd wordt komen de stelplicht en bewijslastverdeling aan de orde. Voert de verkoper dit verweer niet, dan blijft de wettelijke regeling over verval van rechten wegens niet-tijdig klagen buiten toepassing. Maar wat als de verkoper dit verweer wél gevoerd heeft? Moet hij dan gemotiveerd stellen en bewijzen dat er níet tijdig geklaagd is door de koper, of is het de koper die moet stellen en bewijzen dat hij wél tijdig geklaagd heeft?

De Hoge Raad kiest voor het eerste: de stelplicht en de bewijslast met betrekking tot de feiten die een beroep op schending van de klachtplicht kunnen dragen, rusten op de verkoper. De verkoper zal dus omstandigheden moeten stellen en zo nodig bewijzen waaruit kan volgen op welk moment de koper heeft ontdekt (of had behoren te ontdekken) dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt én dat het tijdsverloop vanaf dat moment tot het moment van de kennisgeving aan de verkoper zo lang is geweest dat – in het licht van alle in acht te nemen omstandigheden – niet kan worden gesproken van een tijdig klagen als bedoeld in de wet. Het ligt dan weer op de weg van de koper, zo oordeelt de Hoge Raad, om te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk tijdstip hij heeft geklaagd.

Verder heeft de Hoge Raad geoordeeld dat als de koper wil dat in de overwegingen meegenomen wordt dat de verkoper niet benadeeld is door het tijdsverloop na het (redelijkerwijs hebben kunnen) ontdekken van de klacht, hij de rechter daar op zal moeten wijzen. Vervolgens zal de verkoper dan weer moeten stellen en bewijzen, dat hij wél nadeel ondervonden heeft van het tijdsverloop tussen het moment dat de koper het gebrek ontdekt heeft of had moeten ontdekken en de kennisgeving van de klacht.

Conclusie

Het is voor de koper belangrijk dat hij met voortvarendheid onderzoekt of de afgeleverde zaak beantwoordt aan de koopovereenkomst. Met andere woorden: of hij heeft gekregen wat hij kocht. Als dat niet zo is, moet de koper de verkoper daarvan zo spoedig mogelijk en aantoonbaar in kennis stellen. Doet hij dat niet tijdig, dan vervallen zijn rechten. Als de verkoper het verweer gevoerd heeft dat de koper te laat geklaagd heeft, dan zal de koper moeten stellen en bewijzen dat en op welk tijdstip hij geklaagd heeft en mag hij niet vergeten de rechter erop te wijzen dat de verkoper door het tijdsverloop geen nadeel geleden heeft.

Voor de verkoper is het van belang dat hij zich realiseert dat de rechten van een koper vervallen kunnen zijn als gevolg van een niet-tijdig klagen. Hij zal daar in zijn verweer een expliciet beroep op moeten doen. Hij zal gemotiveerd moeten stellen en zo nodig aantonen dat de koper te lang gewacht heeft met zijn klacht, én hij zal moeten stellen en bewijzen dat hij hierdoor nadeel ondervonden heeft, indien de koper het tegendeel gesteld heeft.

Koen Boddaert
20 mei 2015




[1] Het gaat in dit artikel om een reguliere koop en niet om een koop op afstand, waarvoor specifieke regels gelden.
[2] Dit verval van rechten is wat anders dan de verjaring van de rechtsvorderingen van de koper. De rechtsvorderingen van de koper verjaren als er zonder stuitingshandeling twee jaar verlopen zijn na (tijdige)  kennisgeving aan de verkoper, maar zijn daarvóór dus al vervallen als die kennisgeving niet tijdig gedaan is.
[3] Zie: Hoge Raad 12 december 2014.