Letselschade bij kinderen

16 maart 2015

Het is geen onderwerp waar ouders graag bij stil zullen willen staan, maar indien uw (minderjarige) kind ernstig letsel oploopt door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is (bijvoorbeeld een verkeersongeval of een medische fout) is het goed te weten dat de minderjarige in ons rechtsstelsel een bijzondere positie inneemt als het gaat om de afwikkeling van letselschade.

Rechtspositie kind

Het begint al met het feit dat in de wet is bepaald dat een minderjarige (waarmee in beginsel iemand jonger dan achttien jaar wordt bedoeld) handelingsonbekwaam is, tenzij de ouders[1] van de minderjarige toestemming hebben verleend voor het verrichten van de betreffende rechtshandeling. Een kind kan dus niet zelf – door tussenkomst van een advocaat – de schadeveroorzakende partij aansprakelijk stellen voor de door het kind geleden en/of nog te lijden schade en vervolgens de schade afwikkelen. Dat dienen de ouders namens het kind te doen.

Rechtspositie ouders

Volgens de wet voeren ouders[2] gezamenlijk het bewind over het vermogen van hun kind en vertegenwoordigen zij het kind in burgerlijke handelingen. Zolang niet is gebleken dat de ene ouder daartegen bezwaren heeft, is ook één van de twee ouders daartoe bevoegd.

Maar ouders kunnen niet zomaar een procedure starten tot vergoeding van de door hun kind geleden letselschade. Daarvoor dienen zij eerst toestemming te vragen aan de kantonrechter. Hetzelfde geldt indien er een regeling is getroffen met de aansprakelijke partij over de afwikkeling van de schade welke regeling vervolgens wordt vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Om een dergelijke overeenkomst te mogen sluiten, hebben de ouders een machtiging van de kantonrechter nodig. Ouders mogen dus wel zonder tussenkomst van de kantonrechter de veroorzaker van het ongeval aansprakelijk stellen en onderhandelingen voeren over de afwikkeling van de schade, maar als deze onderhandeling resulteren in overeenstemming, is het belangrijk dat de gemaakte afspraken worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. En voor het sluiten van een dergelijke overeenkomst hebben ouders, zoals hiervoor al aangegeven, toestemming van de kantonrechter nodig.

Toestemming kantonrechter

De kantonrechter beoordeelt of de belangen van het kind niet (onevenredig) worden geschaad en als de kantonrechter daarvan niet overtuigd is, bijvoorbeeld omdat (de ouders van) het kind niet wordt (worden) bijgestaan door een advocaat of een andere rechtsbijstandverlener, kan hij zelfs de zaak voorleggen aan een deskundige. Bovendien kan de kantonrechter voorwaarden verbinden aan het geven van toestemming. Een veel voorkomende voorwaarde die door de kantonrechter wordt gesteld, is dat de schadevergoeding die aan het kind toekomt, zal worden gestort op een bankrekening met een zogenaamde BEM-clausule[3]. Deze clausule houdt in dat tijdens de minderjarigheid het geld op de rekening wordt geblokkeerd en alleen met toestemming van de kantonrechter kan worden opgenomen. Dat geldt overigens alleen voor de hoofdsom. De over de hoofdsom verschenen rente kan wel zonder machtiging van de kantonrechter worden opgenomen.

In langlopende letselschadezaken worden vaak voorschotten op de schadevergoeding betaald. Voor het aanvaarden van een voorschot is in beginsel geen toestemming van de kantonrechter nodig, maar het is wel verstandig om voorschotten die betrekking hebben op toekomstige schadeposten (zoals bijvoorbeeld toekomstige inkomensschade doordat het kind in de toekomst niet of minder zal kunnen gaan werken) op een rekening met BEM-clausule te laten storten, ook als de kantonrechter nog niet in beeld zou zijn en/of die voorwaarde nog niet zou hebben gesteld. Ouders zijn volgens de wet namelijk verplicht het vermogen van hun kind als goede bewindvoerders te beheren en zijn bij slecht bewind aansprakelijk jegens hun kind.

Verplaatste schade

Ook is het belangrijk onderscheid te maken tussen schade van het kind zelf en kosten die de ouders hebben gemaakt (of nog zullen maken) ten behoeve van het letsel van het kind, de zogenaamde verplaatste schade. Deze kosten kunnen de ouders op de aansprakelijke persoon verhalen. Enkele voorbeelden van verplaatste schade zijn:

  • Kosten van herstel
    De kosten die ouders maken voor de behandeling en verpleging van het kind, voor zover deze kosten niet worden vergoed door de zorgverzekeraar;
  • Reiskosten
    Indien het kind als gevolg van het letsel in het ziekenhuis of revalidatiecentrum verblijft, zullen de ouders vaak op een neer reizen tussen hun woonplaats en de verblijfplaats van hun kind om hun kind te bezoeken. Maar ook de door de ouders gemaakte reiskosten voor een bezoek aan artsen, fysiotherapeuten en andere professionals die betrokken zijn bij de behandeling van het kind komen voor vergoeding in aanmerking;
  • Vergoeding van tijd besteed aan de verzorging van het kind
    Als ouders er voor kiezen hun kind – na ontslag uit het ziekenhuis of revalidatiecentrum – zelf te verzorgen in plaats van deze verzorging over te laten aan professionele hulpverleners kan volgens vaste rechtspraak aan de ouders een vergoeding worden toegekend voor de tijd die zij hebben besteed aan de verzorging en verpleging van hun kind. Deze vergoeding zal echter nooit hoger zijn dan de kosten die zijn uitgespaard door geen professionele hulpverlener in te schakelen.

Inkomensschade ouders

Als ouders ervoor kiezen zelf de verzorging van hun kind op zich te nemen, zal veelal tenminste één van de ouders minder gaan werken of misschien zelfs wel stoppen met werken, waardoor deze ouder inkomensschade zal lijden. Deze inkomensschade wordt op basis van de huidige wetgeving echter niet aangemerkt als verplaatste schade en komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.

Affectieschade

Ook affectieschade, waarmee de immateriële schade wordt bedoeld die bestaat uit het verdriet waarmee ouders worden geconfronteerd als hun kind door toedoen van een ander ernstig gewond raakt, komt onder de huidige wetgeving niet voor vergoeding in aanmerking.

Wetsvoorstel zorg- en affectieschade

Hoewel ouders op basis van de nu geldende wetten, zoals hiervoor gesteld, geen inkomens- en of affectieschade kunnen claimen, wordt dit in de toekomst wellicht wel mogelijk. Er is momenteel namelijk een wetsvoorstel aanhangig dat wèl mogelijkheden kent voor vergoeding van zorg- en affectieschade. Het is echter nog de vraag of en zo ja, wanneer en in welke vorm dit voorstel daadwerkelijk in de wet zal worden opgenomen.

Conclusie

Het is verstandig u vanaf het begin te laten bijstaan door een advocaat indien uw kind door toedoen van een ander (ernstig) letsel oploopt. Overigens niet alleen vanwege de hierboven beschreven bijzondere positie die het kind in het rechtsstelsel inneemt, maar ook omdat het vaststellen van de schade die uw kind als gevolg van dit letsel in de toekomst zal lijden (bijvoorbeeld doordat uw kind later niet of minder zal kunnen gaan werken dan indien het schadeveroorzakende feit niet zou hebben plaatsgevonden) bepaald geen eenvoudige klus is. Het begroten van toekomstige schade is altijd lastige kwestie, maar in het geval van een kind is het begroten van deze schade nog vele malen moeilijker, omdat het (zeker bij een jong kind) niet eenvoudig is een inschatting te maken van hoe de toekomst van het kind er zou hebben uitgezien als het ongeval wordt weggedacht.

Imke Vorbach
16 maart 2015 




[1] Daar waar in dit artikel “ouder(s)” staat vermeld, kan ook “voogd” worden gelezen.

[2] In dit artikel wordt omwille van de leesbaarheid uitgegaan van de veronderstelling dat er sprake is van gezamenlijke gezagsuitoefening.

[3] BEM staat voor Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen, maar de afkorting wordt ook wel gebruikt voor Beheer Eigen vermogen Minderjarigen. 

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: