Met wie doet u eigenlijk zaken? Intermediair, gevolmachtigde, privé of rechtspersoon?

28 januari 2015

Hoe komt een overeenkomst tot stand

Een overeenkomst komt tot stand doordat de ene partij een aanbod doet dat door de ander wordt aanvaard. Gaat u naar de bakker voor een volkorenbrood dan ligt dat daar uitgestald en staat er een prijs vermeld. Dat is het aanbod. Als u vervolgens om dat volkorenbrood vraagt, aanvaart u het aanbod tegen die prijs. Hetzelfde geldt als er een auto wordt verkocht, ook als er eerst een proces van loven en bieden volgt. En hetzelfde geldt als er een meer gecompliceerde overeenkomst met allerlei details wordt gesloten. De hoofdregel is dus steeds, aanbod en aanvaarding. Maar, zo simpel als het lijkt is het niet altijd. Zo kunt u zaken doen met iemand die een ander vertegenwoordigt. Die dus een overeenkomst wil sluiten voor een derde. Zolang dat maar duidelijk is, is er niets aan de hand. Maar de praktijk leert dat er toch nog wel enige onduidelijkheid kan bestaan. Hierna zullen enkele aspecten de revue passeren. Deze bijdrage is niet bedoeld om alle problemen bij het aangaan van contracten te behandelen. Wel wil ik schetsen op welke manier men uiteindelijk beoordeelt met wie u eigenlijk zaken hebt gedaan.

Volmacht

Het is mogelijk dat u zaken doet met iemand die niet voor zichzelf maar voor een derde een overeenkomst aangaat. De vraag is dan of deze persoon daartoe gerechtigd is. Dat kan zo zijn op basis van volmacht. In dat geval is aan deze derde door een ander, de achterman, degene die de volmacht heeft verleend, toestemming verleend om namens deze rechts­handelingen te verrichten zoals het aangaan van een overeenkomst. Het is dus ook duidelijk de bedoeling dat niet de handelende persoon, maar deze achterman partij wordt bij de over­eenkomst.

Probleem hierbij is dat de volmacht zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend verleend kan worden. Is er een uitdrukkelijke volmacht, dan zal die vaak ook op schrift staan en kan die getoond worden. Is er een stilzwijgende volmacht, dan hoeft het voor u niet altijd duidelijk te zijn met wie u nu handelt. In elk geval mag u ervan uitgaan dat de handelende persoon, de gevolmachtigde dus, bij het aangaan van de overeenkomst duidelijk aangeeft namens wie hij handelt, dus wie uw contractspartij is.

Als u daadwerkelijk ook met deze achterman zaken wilt doen is het waardevol u ervan op de hoogte te stellen of er ook een volmacht is. Met andere woorden, of degene waarmee u spreekt bevoegd is tot vertegenwoordiging. In de praktijk doen zich geregeld zaken voor waarin de achterman stelt dat hij aan de gesloten overeenkomst niet gebonden is omdat er geen of een niet voldoende volmacht was. Als u als contractspartij echter uit bepaalde feiten hebt mogen afleiden dat er wel een volmacht was, dan is de achterman toch gebonden als deze schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid voor zijn risico komt. Het is daarbij niet nodig dat er sprake is van een actieve handeling van de achterman. Voldoende is dat het voor zijn risico komt. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een situatie waarin wordt gehandeld met iemand die al eerder zaken heeft gedaan namens de achterman, die laatste ook op de hoogte was van de gesprekken, maar niets heeft tegengesproken en het onder zijn ogen liet gebeuren.

Openbare volmacht – inschrijving handelsregister

Sommige volmachten kunnen op grond van de wet openbaar gemaakt worden. Het beste voorbeeld daarvan is waarschijnlijk de inschrijving in het handelsregister van een rechts­persoon zoals een besloten vennootschap. De wet bepaalt dat de contractspartij niet geacht hoeft te worden ongebruikelijke beperkingen uit zo’n register te kennen. De volmachtgever (achterman) kan dus niet met een beroep op die beperking stellen dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen omdat de ander zijn boekje te buiten is gegaan en de wederpartij dit had kunnen weten. Alleen als hij het echt wist, kan zo’n beroep op het ontbreken van volmacht opgaan.

Om deze reden gaat een verweer van een besloten vennootschap dat de directeur niet bevoegd was de overeenkomst aan te gaan, omdat in het handelsregister staat dat hij alleen samen met de andere directeur bevoegd is, niet op. U mag er als contractspartij van uitgaan dat degene die, zoals hij doet voorkomen namens een rechtspersoon zoals een B.V. met u handelt, ook bevoegd is deze B.V. te binden. Uitzonderingen daargelaten, is dit de hoofdregel.

Geen volmacht – de ander is slechts boodschapper of intermediair

Het is belangrijk te weten of degene waarmee u spreekt en zaken doet alleen maar een tussen­persoon of boodschapper is. In dat geval is dus hetgeen u met deze persoon bespreekt niet bepalend voor de vraag of er een overeenkomst ontstaat en voor de inhoud van die over­eenkomst. Bij een volmacht mag u verklaringen van die gevolmachtigde persoon toerekenen aan de achterman. Bij een boodschapper of tussenpersoon niet. Dat is een groot verschil.

Belangrijk voorbeeld van zo’n tussenpersoon is de makelaar. Uitgangspunt is dat deze alleen maar handelt als boodschapper van zijn opdrachtgever. Dat kan anders zijn, maar moet dan wel expliciet blijken. Dit betekent dus, dat een mededeling aan de makelaar dat de gevraagde prijs voor een bedrijfspand of woning geaccepteerd wordt, nog niet leidt tot een overeenkomst. Er zal eerst moeten blijken dat ook de verkoper daadwerkelijk accepteert.

Probleem is dat niet altijd duidelijk is of er sprake is van een zuivere tussenpersoon of een zuivere volmacht. Ook iemand met een volmacht kan bepaalde zaken zoals een prijs terug­leggen bij de opdrachtgever. Als dat op een voor de ander kenbare manier gebeurt en aldus het standpunt van de achterman alleen wordt doorgegeven, wisselt de rol van uw wederpartij dus. Als er uiteindelijk een contract getekend wordt en helder is wie de partijen zijn, maakt dat natuurlijk niet uit. Uiterlijk dan is alles duidelijk. Maar stel dat de een meent dat er wel overeenstemming is en de ander niet? Dan kan wel van groot belang zijn welke hoedanigheid uw wederpartij had. U ziet hoe nauw het soms kan luisteren. Het is dus zaak goed na te gaan met wie u eigenlijk handelt.

Privé of rechtspersoon

Soms kan er ook onduidelijkheid ontstaan over de vraag of er nu zaken wordt gedaan met een rechtspersoon, zoals een B.V. of vereniging, of met de privé persoon die namens deze handelde of zegt te handelen. Als u denkt met die man of vrouw zelf zaken te doen maar deze vervolgens naar een rechtspersoon wijst die geen verhaal biedt, komt u bedrogen uit. Zo’n geval speelde voor de rechtbank Noord Nederland. Een aannemer had opdrachten verstrekt aan een derde. De B.V. ging failliet en de aannemer zei dat de derde had gecontracteerd met het bedrijf. Deze derde legde zich daar niet bij neer en dagvaardde de aannemer in privé. Hij stelde dat hij eerst aan de man privé had gefactureerd maar op zijn verzoek de factuur op naam van de B.V. had gezet. De rechtbank is echter van mening dat juist hieruit blijkt dat hij had moeten weten dat het niet een privé transactie betrof. Bovendien ging het om een grote partij diesel, waarvan niet aannemelijk is dat de privé persoon dit koopt.

In een ander geval bij het Hof in Arnhem had de opdrachtnemer, onze derde, zowel op­dracht­en gedaan voor de B.V. als voor de bestuurder privé. Ook die B.V. ging failliet. De opdracht­nemer stelde dat hij met de bestuurder privé had gehandeld. In eerste instantie kreeg hij in zoverre gelijk van de rechtbank, dat de bestuurder maar moest bewijzen dat er niet met hem privé maar met de B.V. was gecontracteerd. Hij had namelijk in het midden gelaten wie de contractspartij was. Kennelijk vond de rechtbank dat de bestuurder duidelijk had moeten zijn. Het hof oordeelt anders. De opdrachtnemer wist dat de man bestuurder was van de B.V. en de opdrachten waarom het ging hielden verband met de gewone gang van zaken in die B.V. Dat er ook privé klussen voor de bestuurder waren gedaan in het (nabije) verleden maakte niet dat ervan uitgegaan dient te worden dat er ook nu in privé werd gehandeld. De opdrachtnemer zou dus het tegendeel moeten bewijzen. Een klus die niet makkelijk lijkt.

De vraag wie in zo’n geval als opdrachtnemer beschouwd moet worden moet worden be­antwoord op basis van de criteria uit het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 1977 dat de naam ‘Kribbebijter’ heeft gekregen. Het gaat er dan kort gezegd om wat partijen redelijker­wijs van elkaar weten, wat zij over en weer gezegd en gedaan hebben en uit datgene mogen afleiden.

Conclusie

De les die uit het voorgaande getrokken moet worden is dat u, wanneer dat niet helemaal helder is, voor het sluiten van een overeenkomst goed moet navragen met wie u eigenlijk zaken doet. Laat dat het liefst vastleggen, uiterlijk in het contract. Het lijkt een open deur. Maar het gaat nog te vaak mis en dan komt u voor onplezierige verrassingen te staan.

Bob van Brink
28 januari 2015