Minderjarige start opleiding zonder toestemming ouders. Wie is aansprakelijk voor de opleidingskosten?

07 september 2018

Het gerechtshof Amsterdam heeft zich recent gebogen over een interessante kwestie. Een minderjarige had zich ingeschreven voor een eenjarige mbo-opleiding en op het inschrijvingsformulier de handtekening van haar ouders vervalst. Na enkele maanden stopte het meisje met de opleiding. Op dat moment was echter pas een klein deel van de verschuldigde opleidings- en examenkosten betaald. Het opleidingsinstituut vorderde betaling van de resterende opleidings- en examenkosten, waarna er een interessante discussie ontstond.

Het (inmiddels meerderjarige) meisje stelde zich op het standpunt dat zij vanwege haar minderjarigheid handelingsonbekwaam was tot het aangaan van deze overeenkomst nu zij handelde zonder toestemming van haar ouders en riep de nietigheid van de overeenkomst in. In de wet is immers bepaald dat een minderjarige bekwaam is om rechtshandelingen te verrichten, mits hij (of zij) handelt met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), voor zover de wet niet anders bepaalt (artikel 1:234 BW).

De kantonrechter stelde echter het opleidingsinstituut in het gelijk. De kantonrechter oordeelde dat het opleidingsinstituut er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de ouders van het meisje toestemming hadden gegeven voor het aangaan van de overeenkomst. Van het opleidingsinstituut kon volgens de kantonrechter niet worden verwacht dat zij bij elke inschrijving nader onderzoek doet naar de juistheid van de handtekening van de ouder van de student, zeker niet nu zij bij de mbo-opleidingen in het merendeel van de gevallen te maken heeft met minderjarige studenten.

Tegen deze beslissing ging het meisje in beroep. Het gerechtshof oordeelde dat, nu de handtekening van de ouders niet in aanwezigheid van een medewerker van het opleidingsinstituut was gezet en het opleidingsinstituut evenmin heeft gesteld dat zij heeft gecontroleerd of de bewuste handtekening overeenkwam met een handtekening op een legitimatiebewijs van één van de ouders, er geen sprake kan zijn van gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van het opleidingsinstituut. Waarschijnlijk speelde daarbij een rol dat in hoger beroep door het meisje – onbetwist – werd gesteld dat het opleidingsinstituut aanvankelijk had verlangd dat het inschrijfformulier op haar kantoor door één van de ouders zou worden ondertekend, maar dat zij uiteindelijk genoegen heeft genomen met een niet geverifieerde handtekening nadat de ouders herhaaldelijk niet waren ingegaan op het verzoek.

Hoewel het gerechtshof het meisje dus in haar stelling volgde, wees het gerechtshof de vordering van het opleidingsinstituut tot betaling van het resterende deel van de opleidings- en examenkosten toe. Het opleidingsinstituut had namelijk subsidiair gesteld dat het meisje onrechtmatig heeft gehandeld door de handtekening van haar ouders te vervalsen. Het gerechtshof oordeelde dat het meisjes door het vervalsen van de handtekening onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van het opleidingsinstituut, waardoor zij aansprakelijk is voor de door het opleidingsinstituut geleden schade. De vordering van het opleidingsinstituut werd dus toegewezen, zij het op andere grond dan door de kantonrechter was bepaald.

Imke Vorbach
7 september 2018

minderjarige start opleiding zonder toestemming ouders
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: