Niet-concurrentiebedingen bij bedrijfsovername

31 augustus 2017

In een overeenkomst betreffende de overname van een bedrijf is vaak een beding opgenomen dat inhoudt dat de verkoper gedurende een aantal jaren geen met het over te nemen bedrijf concurrerende activiteiten mag verrichten. Een dergelijk niet-concurrentiebeding is op zichzelf verklaarbaar. De koper betaalt immers aan de verkoper een koopsom voor het bedrijf. Dan wil hij de verkoper voorlopig niet in de markt tegenkomen. Dit uitgangspunt is opgenomen in de Mededeling van de Europese Commissie van 5 maart 2005: “Om de volledige waarde van de overgedragen activa te verkrijgen, moet de koper een zekere mate van bescherming kunnen genieten tegen concurrentie van de verkoper, zodat hij het vertrouwen van de klanten kan winnen en de kennis kan assimileren en aanwenden. Dergelijke niet-concurrentiebedingen waarborgen de overdracht aan de koper van de volledige waarde van de overgedragen activa, die over het algemeen zowel materiële als immateriële activa kunnen omvatten, zoals de door de verkoper opgebouwde goodwill of ontwikkelde knowhow. Deze houden niet alleen rechtstreeks verband met de concentratie, maar zijn ook noodzakelijk voor de totstandbrenging ervan, omdat zonder deze bedingen er redelijke gronden zouden zijn om aan te nemen dat de verkoop van de onderneming of een deel daarvan geen doorgang zou vinden.

De Mededeling bevat verder: “Dergelijke niet-concurrentiebedingen zijn evenwel slechts gerechtvaardigd door de legitieme doelstelling van de totstandbrenging van de concentratie, wanneer de duur, het geografische toepassingsgebied en de materiële en personele reikwijdte ervan niet verder gaan dan wat redelijkerwijs daartoe noodzakelijk kan worden geacht. Niet-concurrentiebedingen zijn gerechtvaardigd voor perioden van maximaal drie jaar wanneer de overdracht van de onderneming de overdracht van klantentrouw in de vorm van zowel goodwill als knowhow omvat. Wanneer die bedingen uitsluitend op goodwill betrekking hebben, zijn zij voor perioden van maximaal twee jaar gerechtvaardigd.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs moeten oordelen over de rechtsgeldigheid van een niet-concurrentiebeding in een koopovereenkomst waarin alle aandelen in een bedrijf zijn verkocht. Dat niet-concurrentiebeding kent een duur van vijf jaren. In zijn arrest van 25 juli 2017 verwijst het gerechtshof naar de hierboven weergegeven Mededeling en oordeelt dat het concurrentiebeding de maximale duur ver overschrijdt. Omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die deze overschrijding rechtvaardigen, beslist het gerechtshof dat dit niet-concurrentiebeding verder gaat dan redelijkerwijs noodzakelijk. Met als gevolg dat dit niet-concurrentiebeding volgens het gerechtshof strijdig is met artikel 6 van de Mededingingswet en daarom nietig.

Deze uitspraak van het gerechtshof bevestigt de noodzaak om in een koopovereenkomst de duur van het niet-concurrentiebeding af te stemmen op de hierboven genoemde Mededeling. Als er bijzondere omstandigheden zijn die een langere duur rechtvaardigen, kan een langere duur worden afgesproken. Dat is ook mogelijk als er sprake is van toepasselijkheid van artikel 7 van de Mededingingswet: Artikel 6 van de Mededingingswet geldt niet als er minder dan 8 ondernemingen bij de verkoop betrokken zijn en de gezamenlijke omzet minder bedraagt dan € 5.500.000,00 als de betrokken bedrijven zich in hoofdzaak richten op de levering van goederen (anders € 1.100.000,00). Het gaat dan om de totale concernomzetten. Artikel 6 geldt ook niet als het gezamenlijke marktaandeel van de betrokken ondernemingen kleiner is dan 10%.

Het inschakelen van een specialist bij het opstellen van een koopovereenkomst bij een bedrijfsovername kan nietigheid van een beoogd concurrentiebeding dus helpen voorkomen. Bij het opstellen of beoordelen van dergelijke overeenkomsten ben ik u graag van dienst.

Haico Dings
1 september 2017

niet-concurrentiebeding bij bedrijfsovername
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: