Een schenking van € 500.000,00: vriendschap of misbruik van omstandigheden?

02 januari 2019

Het staat iedereen vrij om iets aan een ander te schenken. Het kan blijk geven van vriendschap, wanneer je zonder dat daar iets tegenover staat een ander ten koste van je eigen vermogen iets geeft. Er is dan sprake van een schenkingsovereenkomst, waarvan je niet eenzijdig terug kan komen als je daar later spijt van krijgt. Maar wat als je je na de schenking realiseert dat eigenlijk helemaal geen sprake was van een echte vriendschap die tot de vrijgevigheid geleid heeft, maar dat degene aan wie je geschonken hebt misbruik gemaakt heeft van de omstandigheden waarin je verkeerde? Kun je de schenking dan vernietigen en terugvorderen? De wet biedt daarvoor goede mogelijkheden, zoals nog eens blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel

Het ging daarbij om een vrouw die een vriendschap was aangegaan met iemand die haar begeleid had op basis van de filosofie van het ‘Spiegelwerk’. Door die filosofie zou men zich bewust worden van en een dieper inzicht krijgen in het eigen gedrag en de beweegredenen daarvoor. Die bewustwording en dat diepere inzicht, vooral verkregen door verwijten die haar begeleidster haar gemaakt had, betekende dat deze vrouw ervan overtuigd raakte dat ze egocentrisch en narcistisch was. Voor dat inzicht was ze kennelijk zo dankbaar dat ze, in de moeilijke periode rond haar echtscheiding, een half miljoen schonk aan haar begeleidster, die zij inmiddels als haar vriendin beschouwde.  

Later realiseerde de vrouw zich kennelijk dat deze schenking niet zo zeer gebaseerd was op een echte vriendschap, als wel op een relatie tot een spiritueel begeleidster van wie zij psychisch afhankelijk was in een moeilijke periode en instabiele toestand. Zij vond bij nader inzien dat misbruik gemaakt was van de omstandigheden waarin ze verkeerde, en vernietigde de schenking. Als verweer stelde de Spiegelwerkster daartegenover dat zij niet gevraagd had om de schenking, die eigenlijk ook geen schenking was maar een natuurlijke verbintenis wegens het bestaan van een morele verplichting die gebaseerd was op de vriendschappelijke relatie.  

De rechtbank maakte korte metten met dat verweer van de begiftigde. Er was wel degelijk sprake van een schenking: een vriendschappelijke relatie brengt volgens de rechtbank nog niet de morele verplichting met zich om de ander met een aanzienlijk vermogen te verrijken. De vraag of de schenking op grond van misbruik van omstandigheden met succes vernietigd was, beantwoordt de rechtbank ook bevestigend. Daarbij verwijst zij kort naar een wetsartikel dat in dit soort kwesties erg belangrijk is: artikel 7:176 BW. Dat artikel geeft als hoofdregel dat als de schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen, de begiftigde zal moeten aantonen dat géén misbruik gemaakt is van omstandigheden. Dat is bewijsrechtelijk gezien een comfortabele positie voor de schenker.  

Omdat de vrouw in dit geval voldoende feiten gesteld had die op een misbruik van omstandigheden duidden – zo was in haar e-mails de psychisch afhankelijke relatie van de schenker tot haar begeleidster terug te lezen – rustte de bewijslast van het tegendeel op deze begeleidster. Maar omdat zij de door de schenker gestelde feiten onvoldoende betwist had, werd zij niet eens meer toegelaten om aan te tonen dat geen sprake was van misbruik van omstandigheden. De rechtbank was van oordeel dat de begeleidster in de gegeven omstandigheden de schenking niet had mogen aanvaarden en dat die dus terecht vernietigd was. Ze werd veroordeeld om het aan haar geschonken bedrag van € 500.000,00 terug te betalen.

Afbeelding: 
Schenking van € 500.000,00 vriendschap of misbruik van omstandigheden
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: