Einde aan het "uitgekleed gezag"?

07 juli 2020

Sinds 1998 is in de wet bepaald dat het gezamenlijk gezag van ouders over hun minderjarige kind(eren) na een (echt)scheiding in beginsel wordt gehandhaafd. Alleen als er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders als het gezamenlijk gezag wordt voortgezet (het zogenaamde “klemcriterium”) of voortzetting van het gezamenlijk gezag anderszins niet in het belang van het kind is, zal het ouderlijk gezag na (echt)scheiding door één van beide ouders worden uitgeoefend. In het laatste geval is er sprake van “eenhoofdig gezag”.

Na een (echt)scheiding spelen er vaak communicatieproblemen tussen de ex-partners, zeker als de echtscheiding nog “vers” is. In sommige gevallen is er echter – ook na verloop van jaren – geen enkele vorm van communicatie meer mogelijk tussen de ouders. In die gevallen is er meestal sprake van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders indien zij gezamenlijk beslissingen moeten nemen over hun zoon of dochter. De rechter dient het gezamenlijk gezag dan te beëindigen en aan één van beide ouders toe te wijzen. Een dergelijke beslissing wordt opgenomen in het gezagsregister. Dit register is openbaar en kan dus worden geraadpleegd door bijvoorbeeld hulpverleners die bij het kind betrokken zijn. Zij kunnen op die manier achterhalen of beide ouders het gezag over het kind uitoefenen of dat slechts één van beide ouders het gezag heeft.

In de rechtspraak is echter een tussenvorm ontwikkeld, die “uitgekleed gezag” wordt genoemd. Uitgekleed gezag is geen wettelijk begrip. Er wordt mee bedoeld dat het gezamenlijk gezag weliswaar formeel in stand blijft, maar de met het uitgeklede gezag belaste ouder bemoeit zich niet met de dagelijkse verzorging en opvoeding van het kind en laat overige belangrijke beslissingen ten aanzien van het kind (zoals bijvoorbeeld de schoolkeuze of het al dan niet ondergaan van medische behandelingen) over aan de andere ouder. In zoverre lijkt uitgekleed gezag niet veel voor te stellen, maar de meerwaarde zit in het gegeven dat het gezamenlijk gezag formeel in stand blijft, waardoor de met het uitgeklede gezag belaste ouder wel rechtstreeks informatie over zijn kind kan opvragen bij derden (zoals leerkrachten, artsen, hulpverleners en dergelijke) en deze ouder in het geval van overlijden van de andere ouder van rechtswege alleen het gezag uitoefent over het kind. Ook hoeft de met het uitgeklede gezag belaste ouder in dat geval niet te vrezen dat de andere ouder op enig moment een verzoek doet tot gezamenlijke gezagsuitoefening met een eventuele nieuwe partner.

Uitgekleed gezag wordt met name toegekend in situaties waarbij er geen enkele vorm van communicatie tussen de ouders mogelijk is, waardoor handhaving van het gezamenlijk gezag geen optie is, maar de rechtbank de andere ouder toch een bepaalde rechtspositie wil geven om te voorkomen dat deze ouder helemaal buiten beeld dreigt te raken.

Onlangs is door het gerechtshof Den Haag echter een beschikking van de rechtbank waarin aan de vader uitgekleed gezag was toegekend, vernietigd nu de wet deze vorm van gezag niet kent. Het gerechtshof erkent weliswaar dat deze gezagsvorm in sommige gevallen een oplossing kan bieden, maar nu er geen wettelijke grondslag voor deze vorm van gezag bestaat, kan een dergelijke beslissing niet worden ingeschreven in het gezagsregister. “Het is naar het oordeel van het hof vanwege de functie van het Centraal Gezagsregister onwenselijk dat het raadplegen van dit register daardoor niet de juiste informatie oplevert met als gevolg dat er naar de buitenwereld onduidelijkheid kan ontstaan over de daadwerkelijke juridische positie van de ouders.”

Het is de vraag of hiermee een einde is gekomen aan het uitgeklede gezag. In de toekomst zal blijken of andere rechters het voorbeeld van het gerechtshof Den Haag zullen volgen of dat zij deze in de rechtspraak ontwikkelde gezagsvorm toch blijven toepassen in bepaalde situaties. Voor de ouder die eenhoofdig gezag wenst en vreest voor toekenning van uitgekleed gezag lijkt het in ieder geval zinvol om zich tegen uitgekleed gezag te verzetten onder verwijzing naar de hier besproken uitspraak van het gerechtshof Den Haag.

Imke Vorbach
7 juli 2020

Afbeelding: 
einde aan het "uitgekleed gezag"
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: