Gedraging van zuivere aanvaarding of executeurshandeling?

08 oktober 2019

Het maakt nogal een verschil of je een nalatenschap zuiver of beneficiair aanvaardt. Als je zuiver aanvaardt ben je persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap en als je beneficiair aanvaardt ben je dat niet. Bij beneficiaire aanvaarding kunnen de schuldeisers zich slechts verhalen op de nalatenschap, die met het oog daarop vereffend moet worden. Dat is anders, wanneer er een executeur is die bevoegd is opeisbare schulden te voldoen en die kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om de schulden van de nalatenschap te voldoen. Kan hij dat niet aantonen, dan moet er dus wel vereffend worden en eindigt zijn executeurstaak door de beneficiaire aanvaarding.

De afwikkeling van een nalatenschap ligt dus soms in handen van een executeur, en soms in die van de erfgenamen. En het komt geregeld voor dat iemand beide hoedanigheden heeft: een erfgenaam kan immers tot executeur benoemd zijn. Dan is het niet altijd duidelijk in welke hoedanigheid iemand optreedt. Als een erfgenaam/executeur bijvoorbeeld een auto die deel uitmaakt van de nalatenschap verkoopt, handelt hij dan als executeur die goederen te gelde moet maken ter voldoening van schulden, of gewoon als erfgenaam? Het antwoord op die vraag is relevant, omdat dit kan bepalen of hij nog wel beneficiair kan aanvaarden als hij zich na die verkoop realiseert dat de nalatenschap niet toereikend zal zijn om alle schulden te voldoen.

Van belang daarbij is dat de keuze voor de wijze van aanvaarding in beginsel maar één keer gemaakt kan worden: als je eenmaal zuiver aanvaard hebt kun je (op een enkele uitzondering na) daarna niet alsnog beneficiair aanvaarden. En de keuze voor zuivere aanvaarding kan besloten liggen in een gedraging: als je je gedraagt als een erfgenaam die zuiver aanvaard heeft door bijvoorbeeld goederen van de nalatenschap te verkopen, aanvaard je de nalatenschap zuiver en ben je dus in principe onherroepelijk aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap. Maar hoe zit het nu met de erfgenaam die tot executeur benoemd is en die de auto van erflater al verkocht heeft? Kan die dan nog wel beneficiair aanvaarden?

Het antwoord op die vraag is dus afhankelijk van de hoedanigheid waarin hij bij de verkoop gehandeld heeft. Indien hij de goederen verkocht heeft in zijn hoedanigheid van executeur, zou hij wel nog beneficiair kunnen aanvaarden, maar als hij als erfgenaam gehandeld heeft, kan hij dat niet meer. Voor deze vraag stonden de rechtbank Maastricht en het gerechtshof Den Bosch. De onterfde dochter van erflater hield een erfgenaam persoonlijk aansprakelijk voor haar legitimaire vordering. Zij stelt zich daarbij op het standpunt dat de beneficiaire aanvaarding door die erfgenaam niet geldig was omdat hij daarvóór de tot de nalatenschap behorende auto verkocht had en zich op die manier als zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedragen had. Die erfgenaam verweerde zich door te zeggen dat hij bij die verkoop niet als erfgenaam gehandeld had, maar als executeur. Hij was tot executeur benoemd en had in die hoedanigheid de auto verkocht om schulden van de nalatenschap te voldoen.

De rechtbank volgde de onterfde dochter. In de notariële verklaring van erfrecht was niets te lezen over een (aanvaarding van de benoeming tot) executeur en de erfgenaam had verder ook niet onderbouwd dat hij bij de verkoop in de hoedanigheid van executeur gehandeld had. Door de auto te verkopen had de erfgenaam zich dus als – zuiver aanvaard hebbende – erfgenaam gedragen, zodat hij de nalatenschap daarna niet meer rechtsgeldig beneficiair kon aanvaarden en dus persoonlijk aansprakelijk was. Het hof zag dat anders. Volgens het hof had de erfgenaam zijn benoeming tot executeur aanvaard door dienovereenkomstig te handelen tot het moment van beneficiaire aanvaarding. De omstandigheid dat in de verklaring van erfrecht geen melding gemaakt was van de executele bracht hierin geen verandering: op het moment dat de verklaring van erfrecht werd opgemaakt was immers van een executele geen sprake meer als gevolg van de beneficiaire aanvaarding die bij de verkoop van de auto nog niet had plaatsgevonden. Nu hij de auto verkocht had in zijn hoedanigheid van executeur en niet in die van erfgenaam, kon uit die handeling niet worden afgeleid dat hij de nalatenschap zuiver had aanvaard. Hij kon na die verkoop dus steeds nog beneficiair aanvaarden en was niet persoonlijk aansprakelijk voor de legitimaire vordering.

In zijn arrest overweegt het hof nog dat de beneficiaire aanvaarding op grond van de wet terugwerkt tot het moment van openvallen van de nalatenschap, zodat de taak van de executeur vanwege de vereffening van de nalatenschap door de erfgenamen alsnog op dat moment – het moment van overlijden van erflater dus – eindigt. Je zou je nog kunnen afvragen of die terugwerkende kracht van de beneficiaire aanvaarding niet tot gevolg heeft dat de erfgenaam dan ook van meet af aan geen executeurstaak had, zodat hij bij de verkoop van de auto formeel dus ook niet als executeur kón handelen. Dat zou tot de onmogelijke conclusie leiden dat hij daarmee de nalatenschap met de verkoop van de auto toch zuiver aanvaard moet hebben en de beneficiaire aanvaarding toch geen rechtsgevolg had, terwijl die beneficiaire aanvaarding nu juist zijn taak als executeur beëindigd had. Het lijkt dan toch meer in de rede te liggen om aan te nemen dat de executeur steeds bevoegd is en blijft tot het moment dat er door een erfgenaam beneficiair aanvaard is, en dat de terugwerkende kracht van de beneficiaire aanvaarding niet ziet op de beëindiging van de executeurstaak. Die taak eindigt dus pas op het moment van die beneficiaire aanvaarding, en niet met terugwerkende kracht tot de dag van overlijden van erflater.

Hoe dan ook: het blijft erg belangrijk om bij de afwikkeling van een nalatenschap duidelijkheid te geven over de hoedanigheid waarin je optreedt. Het is bovendien belangrijk voor een executeur om zich te realiseren dat zijn taak eindigt op het moment dat een erfgenaam beneficiair aanvaardt en hij niet kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden te voldoen. Hij is vanaf dat moment in beginsel niet meer bevoegd om de erfgenamen te vertegenwoordigen bij die afwikkeling. De erfgenamen zullen dan zelf tot vereffening over moeten gaan.

Koen Boddaert
8 oktober 2019

Afbeelding: 
zuivere aanvaarding executeurshandeling
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: