Geen machtiging voor schenking door bemoeizuchtige opa en oma

01 april 2019

In een eerdere bijdrage schreven we over een casus, waarin al te bemoeizuchtige ouders op de vingers getikt waren. Zij hadden hun zoon een lening verstrekt, die opeisbaar zou zijn als hij weer iets zou beginnen met zijn ex. Dit was volgens het gerechtshof in Den Bosch een onaanvaardbare beperking van de fundamentele vrijheid van de zoon in zijn partnerkeuze. Er komt een moment, zo oordeelde het hof, dat een kind zelf over zijn leven moet beslissen en dat moment is ruimschoots gepasseerd als een zoon 32 jaar oud is en al lange tijd niet meer thuis woont. De ouders wisten dat hun zoon het bedrag niet terug zou kunnen betalen, zodat ze hem met deze opeisbaarheidsclausule in een dwangpositie gemanoeuvreerd hadden. De opeisingsclausule werd daarom in strijd met de goede zeden, en daardoor nietig geacht.

Enigszins vergelijkbaar is de zaak waarover de kantonrechter in Utrecht begin dit jaar moest oordelen. Dit keer ging het om grootouders, die van plan waren een schenking te doen aan hun (minderjarige) kleinkinderen, van € 2.147,00 per kind. Maar dan wel onder een aantal voorwaarden. Wat de kleinkinderen met deze schenking zouden krijgen, werd namelijk onder bewind gesteld. De bewindvoerder zou het geschonken geld moeten aanwenden ten behoeve van een studie, de verzorging, een eigen woning of een pensioenvoorziening van het kleinkind. Dat bewind zou eindigen als het jongste kleinkind 35 jaar geworden zou zijn, maar het zou levenslang gelden als het kleinkind: verslaafd zou raken aan drugs, alcohol, lachgas of andere schadelijke middelen, zich met meer dan één tatoeage van 20 cm2 zou laten ‘ontsieren’, zijn capaciteiten en talenten niet zou benutten, door slecht financieel beheer een BKR-registratie zou krijgen, te dik zou worden (een hogere BMI dan 25 voor een vrouw en 28 voor een man), een strafblad zou krijgen, of door onverantwoord rijgedrag letsel en schade zou toebrengen aan zichzelf of derden.

Met andere woorden: opa en oma wilden wel € 2.147,00 schenken, maar daar zouden de kleinkinderen dan na hun 35e jaar alleen zelf over kunnen beschikken als ze zich zouden gedragen zoals hun grootouders dat wilden. De vraag was of opa en oma zich op die manier wel mochten bemoeien met de levensstijl van hun kleinkinderen. Die vraag moest in rechte ook beantwoord worden, omdat voor de aanvaarding namens de minderjarige kleinkinderen van deze gift waaraan lasten en voorwaarden verbonden werden, machtiging nodig was van de kantonrechter. Dat verzoek werd dan ook gedaan, door de grootouders. Omdat zij niet de wettelijk vertegenwoordigers zijn van de kleinkinderen werden zij niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek, maar interessanter is de overweging ‘ten overvloede’ van de kantonrechter.

Ook als het verzoek gedaan zou zijn door de daartoe wél bevoegde ouders, zou het verzoek namelijk zijn afgewezen, zo maakte de kantonrechter duidelijk. De voorwaarden die de grootouders hadden willen verbinden aan de schenking, werden niet in het belang van de kleinkinderen geacht. Het was voor de kantonrechter volstrekt onduidelijk door wie en hoe zou moeten worden bepaald of de voorwaarden die aan de schenking verbonden werden vervuld zijn. Hoewel de schenkingsovereenkomst door de grootouders vast en zeker ingegeven was vanuit de beste bedoelingen, neigden de voorwaarden die eraan gesteld werden volgens de kantonrechter bovendien naar een financieel dwangmiddel om aan de kleinkinderen tot in lengte van dagen op vele gebieden een levensstijl op te leggen zoals opa en oma die voorstaan. De kantonrechter vond dat er pedagogisch andere middelen zijn om (klein)kinderen de juist geachte levensstijl mee te geven.

De conclusie is dat het niet zonder meer mogelijk is om met een financiële prikkel invloed uit te oefenen op andermans leven. Het recht kan daar – en misschien is dat maar goed ook –soms een stokje voor steken.

Koen Boddaert
1 april 2019

Afbeelding: 
geen machtiging voor schenking door bemoeizuchtige opa en oma
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: