Gescheiden maar gebonden door een hypotheek

01 april 2019

Uit de hier te bespreken zaak blijkt dat het van groot belang is om bij de vestiging van een hypotheek helder te maken waar die voor wordt verleend. Zeker als er (deels) zakelijke financiering aan de orde is. Een hypotheek wordt veelal gevestigd ten behoeve van een bank. Bijvoorbeeld als u een huis koopt. De geldlening wordt dan gedekt door een hypotheek op het huis. In standaard hypotheekaktes plegen banken, of notarissen voor hen, op te nemen dat de hypotheek geldt voor alles dat de bank te vorderen heeft of zal krijgen uit geldleningen of andere overeenkomsten, nu of in de toekomst. Als zo’n bepaling in de hypotheekakte staat, spreekt men over een bankhypotheek. Daarmee is reikwijdte van de voor de bank gevestigde zekerheid zeer uitgebreid. De bank kan de woning ook verkopen ten behoeve van een roodstand op de rekening, of een schuld die later ontstaat. Dat kan overigens handig zijn. Als je van plan bent op een later moment bij te lenen, dan hoef je niet per se weer langs de notaris. Maar. Het kan ook tot discussie leiden.

Twee echtgenoten zijn onder huwelijkse voorwaarden getrouwd. Er is geen gemeenschap van goederen. De man heeft een bedrijf. De woning waarin zij leven is eigendom van de vrouw. Voor de financiering van het bedrijf van de man werd een lening aangegaan bij X voor € 265.000,00. Tot zekerheid werd een hypotheek gevestigd op de woning, dus door de vrouw voor X. Enige jaren later gaan partijen scheiden. In dat kader wordt de geldlening van € 265.000,00 door de man afgelost. Later leent de man echter nog eens € 100.000,00 van X in een periode dat hij en zijn vrouw al niet meer samen woonden. In de overeenkomst van geldlening wordt naar de eerder gevestigde hypotheek verwezen. De vrouw komt hierachter en vraagt X de hypotheek door te halen. Zij stelt dat de destijds gevestigde hypotheek alleen zag op de toen bestaande geldlening. X weigert. Hij stelt dat er sprake was van een zeer ruime hypotheekbepaling (een bankhypotheek) zodat ook nieuwe leningen daar ondervallen.

Allereerst kan worden opgemerkt dat er een los eindje is geweest bij de echtscheiding, althans de aflossing van de € 265.000,00. Toen had geregeld moeten worden dat de hypotheek werd doorgehaald. Daarnaast wreekt zich hier dat in de hypotheekakte destijds niet duidelijk is bepaald dat die alleen gold voor de toen bestaande en daarin genoemde geldlening. Door de formulering zoals hiervoor genoemd, een hypotheek voor al hetgeen X te vorderen heeft of zal krijgen, kon deze discussie ontstaan. Het is niet evident dat de tweede geldlening niet onder de hypotheek kan vallen. Je voelt wel aan dat de vrouw nooit heeft bedoeld een zekerheid op haar woning te geven voor schulden die na de echtscheiding aan de zijde van de man of zijn bedrijf zijn ontstaan. Maar een hypotheekakte wordt op een strikte wijze uitgelegd. Het gerechtshof dat over deze zaak oordeelde hielp de vrouw uiteindelijk wel, maar moest toch wat naar het doel heen redeneren. Er was bovendien aanvullend bewijs nodig, zoals stukken uit de tijd van de vestiging van de hypotheek en een verklaring van de notaris. Het had ook anders af kunnen aflopen.

Zoals gezegd leert deze casus dat het de moeite is goed na te denken over de gevolgen van hetgeen in de hypotheekakte staat. Accepteer niet meteen een standaardakte. Sluit je één geldlening af, dan is het raadzaam de hypotheek tot die lening te beperken. Bespreek dit dan met de notaris.

Bob van Brink
1 april 2019

Afbeelding: 
gescheiden maar gebonden door hypotheek
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: