Herplaatsing bij bedrijfseconomisch ontslag, hoever gaat dat?

04 april 2018

Wanneer er een reorganisatie plaatsvindt om bedrijfseconomische redenen, dan moet de werkgever zich tot UWV wenden om een ontslagvergunning te krijgen. In het verzoek moet worden aangegeven dat de mogelijkheden voor herplaatsing onderzocht zijn en er niet zijn. Immers, in het andere geval is ontslag niet aan de orde maar leidt het vervallen van de functie tot een herplaatsing in een andere functie. Een herplaatsingsmogelijkheid is kort gezegd aanwezig als er sprake is van een andere passende functie die binnen een redelijke termijn, eventueel na wat scholing, uitgeoefend kan worden. De werkgever moet concreet aangeven of zo’n functie er is en laten zien dat hij onderzoek heeft gedaan in dezen. Herplaatsing is overigens in beginsel niet aan de orde als er sprake is van een disfunctionerende werknemer. Maar bij bedrijfseconomisch ontslag dus wel. Wat onder de redelijke termijn verstaan moet worden is niet altijd zomaar duidelijk. Maar in beginsel kan uitgegaan worden van de opzegtermijn die de werkgever moet hanteren.

Een recente uitspraak van het gerechtshof Den Bosch van 7 december 2017 geeft aan dat de werkgever echt concreet moet kijken, ook naar lagere functies bijvoorbeeld. Dit betrof een medewerker van een bibliotheek. Deze had de functie van ‘Medewerker leen- en klantenservice’. Door de reorganisatie kwam die functie te vervallen. UWV gaf toestemming de arbeidsovereenkomst op te zeggen. In hoger beroep bij het hof was onder andere de vraag aan de orde of deze medewerker herplaatst had moeten worden in de functie van ‘Ondersteunend Bibliotheekmedewerker’. Daarvoor was er een vacature. De werknemer vond dat het een uitwisselbare functie was zodat hij sowieso herplaatst had moeten worden daarin. Het hof is het daarmee niet eens. De taken en verantwoordelijkheden waren namelijk beperkter dan die van de oude functie. Maar, dat wil niet zeggen dat die functie niet passend is. Het hof stelt dat de werkgever, gegeven het feit dat er een vacature is, moet aantonen dat er geen sprake is van een passende functie. De werkgever had aangegeven dat deze werknemer de Nederlandse taal niet voldoende beheerste, maar kon niet aantonen dat dit dusdanig was dat de functie niet uitgeoefend kon worden. De werknemer sprak weliswaar geen foutloos Nederlands maar kon mondeling voldoende communiceren aldus het hof. Dat was voor die functie voldoende. Bovendien was er een samenwerking met een andere (in functie hoger geplaatste) werknemer, die eventuele moeilijkheden als het op schriftelijke communicatie aankwam zou kunnen ondervangen. Ook had de werkgever aangegeven dat deze werknemer niet alleen op een vestiging zou kunnen staan, hetgeen kennelijk soms nodig zou zijn. De rechter ziet daar echter geen concrete aanwijzingen voor. De werknemer had herplaatst moeten worden. Het hof veroordeelt de bibliotheek de arbeidsovereenkomst te herstellen.

Uit deze uitspraak blijkt dat een werkgever goed moet kijken naar herplaatsingsmogelijkheden. Als er reële vacatures zijn, dan moet concreet onderzocht worden of de werknemer daarin en daaraan kan voldoen. Zo neen, dan kan het (alsnog) mis gaan voor de werkgever.

Afbeelding: 
herplaatsing bij bedrijfseconomisch ontslag, hoever gaat dat