Het concurrentiebeding na faillissement werkgever

03 juli 2015

Als werknemer kun je geconfronteerd worden met het faillissement van je werkgever, en een daaropvolgende opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator. Maar hoe zit het dan met de postcontractuele verplichtingen zoals die in je arbeidsovereenkomst zijn opgenomen? Ben je na faillissement van je werkgever bijvoorbeeld nog wel gebonden aan een concurrentiebeding? De kantonrechter in Zwolle heeft zich daar onlangs over gebogen.

De curatoren van een failliete werkgever hadden de arbeidsovereenkomsten van de werknemers opgezegd. Die arbeidsovereenkomsten bevatten een concurrentiebeding, op grond waarvan het de werknemers verboden was bij de concurrent in dienst te treden. De curatoren hadden bovendien de activa van de onderneming verkocht aan een koper die een doorstart van de onderneming wilde maken. Omdat die koper bang was dat de werknemers van het failliete bedrijf bij de concurrent in dienst zouden treden is de koper met de curatoren overeengekomen dat zij zich ervoor zouden inspannen dat de ex-werknemers zich aan hun concurrentiebeding zouden houden. De curatoren spraken de ex-werknemers die van plan waren in dienst te treden bij de concurrent daar dus op aan, die zich vervolgens in kort geding tot de kantonrechter wendden om het concurrentiebeding te schorsen of te beperken. Zij vonden dat als gevolg van het faillissement van hun voormalige werkgever het concurrentiebeding was komen te vervallen.

De kantonrechter was het daar niet mee eens: er is geen rechtsregel die zegt dat door een faillissement een concurrentiebeding komt te vervallen. Een concurrentiebeding geldt dus ook na faillissement en een curator kan een ex-werknemer daar in beginsel ook aan houden. De kantonrechter overweegt dat een curator een te respecteren belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding als hij de exploitatie van de onderneming voortzet om een zo gunstig mogelijke doorstart ‘going concern’ te realiseren. De curator heeft er dan belang bij dat voorkomen wordt dat de marktwaarde van het boedelactief afneemt doordat werknemers in dienst treden bij de concurrent. De situatie is dan niet wezenlijk anders dan die van vóór het faillissement.

Maar, zo oordeelt de kantonrechter uiteindelijk, als de doorstart eenmaal gerealiseerd is en de curator aldus de activiteiten van de failliete werkgever heeft gestaakt, heeft de curator geen zelfstandig belang meer bij handhaving van het concurrentiebeding. En als de curator geen belang meer heeft bij het concurrentiebeding, zal een belangenafweging ertoe moeten leiden dat het concurrentiebeding vernietigd wordt. Weliswaar heeft de doorstartende koper van de activa en goodwill van het failliete bedrijf er dan wél belang bij dat de ex-werknemers niet in dienst treden bij de concurrent, maar die koper is geen partij bij de arbeidsovereenkomst waarin het concurrentiebeding is opgenomen. De ex-werknemers van het failliete bedrijf mochten dus, ondanks hun concurrentiebeding, in dienst treden bij de concurrent.

Uitspraak: kantonrechter Zwolle 10 juni 2015