Hoge Raad: beslag om bewijsmiddelen te vergaren is mogelijk

03 oktober 2013

Wanneer je een geschil met iemand hebt dat je aan de rechter wil gaan voorleggen, kun je soms inschatten dat je in die procedure iets zult moeten aantonen om in het gelijk gesteld te worden. Soms is dat bewijs nu juist in handen van je tegenpartij. Denk bijvoorbeeld aan e-mails van de wederpartij waarin jouw gelijk besloten ligt. De kans is groot dat hij die e-mails onmiddellijk zal verwijderen, op het moment dat je de procedure tegen hem begint. De vraag is dan of je met het oog op de procedure en het bewijs dat je daarin zult moeten leveren, beslag kunt leggen op die bescheiden van de wederpartij. Kun je een deurwaarder naar de woning van je wederpartij sturen om ervoor te zorgen dat de bewuste e-mails in beslag genomen worden ter bewaring van noodzakelijk bewijs?

Waar voor zaken over intellectuele eigendom al een specifieke bepaling in de wet is opgenomen waarbij een dergelijk bewijsbeslag mogelijk is gemaakt, ontbrak een dergelijke wetsbepaling in andere zaken. Omdat op die manier niet duidelijk was of je ook in andere zaken bewijsbeslag zou kunnen leggen, is de Hoge Raad gevraagd daar antwoord op te geven. Dat antwoord heeft de Hoge Raad gegeven in zijn arrest van 13 september 2013: ja, dat is mogelijk. Wel worden daar bepaalde voorwaarden aan verbonden. Die voorwaarden beogen adequate en effectieve waarborgen te geven ter voorkoming van een willekeurige inmenging en misbruik, en eventuele schadelijke gevolgen voor de wederpartij of de derde onder wie de beslaglegging plaatsvindt binnen redelijke grenzen te houden.

Een belangrijke voorwaarde is dat het moet gaan om concrete en nauwkeurig omschreven bescheiden (waaronder ook digitale bestanden). Het is dus niet mogelijk om bewijsbeslag te leggen op een computer van je wederpartij, in de hoop dat daar wellicht iets op te vinden zal zijn dat jou zou kunnen helpen in de procedure. Een dergelijke ‘fishing expedition’ is niet toegestaan. Bovendien moet aannemelijk gemaakt worden dat deze bewijsvoering noodzakelijk is en niet op een andere, minder bezwarende wijze kan plaatsvinden. Verder moet de vertrouwelijkheid van de in beslag te nemen bescheiden voldoende gewaarborgd zijn en moet het privé-leven en het familie- en gezinsleven van degene onder wie het beslag wordt gelegd zoveel mogelijk gerespecteerd worden. In dat kader noemt de Hoge Raad de mogelijkheid van aanwezigheid van de voorzieningenrechter bij de beslaglegging en de mogelijkheid voor de deurwaarder om twee separate processen-verbaal op te maken; één voor de verzoeker met een globale omschrijving van de in beslag genomen bescheiden en één voor de wederpartij met een gedetailleerde omschrijving.

Belangrijk ook is dat de Hoge Raad overwogen heeft wat de mogelijkheden zijn als de wederpartij geen medewerking verleent. Wat te doen bijvoorbeeld, als de wederpartij weigert het wachtwoord te geven waarmee toegang verschaft wordt tot de gewenste documenten op de computer? In dat geval kan de deurwaarder de computer zelf in beslag nemen en zal de rechter in de hoofdzaak moeten beoordelen of de wederpartij toegang tot de bestanden moet verschaffen. Indien de bestanden niet op de computer, maar “in the cloud” staan, is de wederpartij, op grond van het bevel dat in het verlof van de voorzieningenrechter besloten ligt, verplicht de bestanden voor de deurwaarder toegankelijk te maken.

De antwoorden van de Hoge Raad bieden de gewenste kaders voor een bewijsbeslag. Hoe die kaders ingevuld zullen worden, zal de praktijk moeten uitwijzen.

Vindplaats uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ9958

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: