Hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie en dan toch aansprakelijk voor de restschuld

01 oktober 2018

Het komt veel voor dat bij een privé hypotheek gebruik wordt gemaakt van de Nationale Hypotheek Garantie. Deze geeft de bank de zekerheid dat als de hypotheek niet geheel wordt afgelost bij verkoop van de woning, het waarborgfonds (Stichting Waarborgfonds Eigen Woning, of WEW) de restschuld aan de bank betaalt. Onder de voorwaarde dat er sprake is van ’goede trouw’ bij de geldleners, wordt dit bedrag niet van hen teruggevorderd.

In een uitspraak vorig jaar van de rechtbank Den Haag was de vraag aan de orde wat er onder goede trouw moet worden verstaan.

Echtpaar X had een woning gekocht voor ruim € 175.000,00 en waren in 2015 gedwongen deze te verkopen. Er bleef een restschuld over van ruim € 50.000,00. Deze werd onder de garantie door WEW aan de bank betaald. Op grond van de regels krijgt WEW daardoor een vordering op het echtpaar X. WEW vond dat het echtpaar niet te goeder trouw was. Volgens hen was de restschuld c.q. gedwongen verkoop het gevolg van keuzes die het echtpaar zelf had gemaakt zoals een verhuizing naar het buitenland waardoor dubbele woonlasten ontstonden.

De rechter geeft aan dat voor de vraag wanneer er sprake is van goede trouw het beleid van Stichting Waarborgfonds Eigen Woning in beginsel leidend is. Weliswaar kunnen de individuele geldleners, hier dus het echtpaar, geen invloed uitoefenen op dit beleid en is dit dus geen onderhandelpunt bij het sluiten van de geldlening, maar uit de hypotheekstukken blijkt wel voldoende dat het deze stichting is die dergelijk beleid formuleert. Door de garantie te accepteren, accepteert de geldlener dus ook dat beleid. Dat beleid is te vinden op de site van de WEW. Dat vindt de rechter voldoende. Het echtpaar had dus eigenlijk destijds moeten bekijken wat het beleid inhoudt. Bovendien wijst de rechter erop dat het beleid is geschreven voor een grote groep geldleners, zodat een zelfde soort beleid en uitleg daarvan aangewezen is. Het kan niet zo zijn dat de ene geldlener zus en de andere zo wordt behandeld. En zegt de rechter, dit beleid is eerder door rechters getoetst en als redelijk bevonden.

Het beleid van de WEW is dus doorslaggevend. Dat beleid houdt in dat terugvordering niet plaatsvindt als men te goeder trouw is. Daarvan is sprake als de restschuld het gevolg is van zaken als onvrijwillige werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of beëindiging van een relatie. Eigen keuzes van de geldlener waarbij de geldmiddelen anders zijn gebruikt dan voor de aflossing leiden niet tot goeder trouw. Het echtpaar moet de restschuld van € 50.000,00 betalen.

Afbeelding: 
hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie en dan toch aansprakelijk voor de restschuld
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: