Mag de leverancier onbetaalde stacaravans terughalen?

11 april 2014

De eigenaar van een recreatiepark koopt stacaravans. De leverancier heeft daarbij een eigendomsvoorbehoud bedongen: zolang de caravans niet betaald zijn, blijven deze in eigendom toebehoren aan de leverancier. De leverancier rijdt de caravans het terrein op van de eigenaar van het recreatiepark en zet ze in opdracht van de eigenaar van het park op de standplaatsen, alwaar funderingen zijn aangebracht voor de caravans. De wielen van de caravans worden aan het zicht onttrokken, rondom de caravan worden tuinen en terrassen aangelegd en de caravan wordt aangesloten op gas, water, licht en riolering. De caravans worden niet betaald. Van wie zijn nu de caravans?

Die vraag speelde tussen de leverancier en de bank van de eigenaar van het park, die een recht van hypotheek had op de grond die in eigendom toebehoorde aan de exploitant van het recreatiepark. De leverancier beriep zich op het eigendomsvoorbehoud en haalde de stacaravans van het terrein omdat deze niet betaald werden. De bank meende dat de caravans door natrekking eigendom waren geworden van de grondeigenaar, zodat haar recht van hypotheek ook op de caravans zag. Vervolgens ging de eigenaar van het recreatiepark failliet. Ten behoeve van de bank (en onder de voorwaarde dat de bank afstand zou doen van haar hypotheekrecht als de koopsom aan haar zou toekomen) verkocht de curator het park onderhands aan een derde, waarbij hij een ‘korting’ van € 250.000,00 had moeten geven omdat het park geleverd werd zónder de weggehaalde caravans. Daardoor kreeg de bank dus € 250.000,00 minder. De bank wilde dat bedrag, bij wijze van schadevergoeding, verhalen op de leverancier en legde de casus voor aan de rechtbank Rotterdam.

De rechtbank zag zich primair voor de vraag gesteld, of de stacaravans roerend of onroerend waren. Als ze duurzaam met de grond verenigd waren, zouden de onroerend zijn en zou de leverancier als gevolg van natrekking de voorbehouden eigendom verloren hebben en ze dus ten onrechte van het park gehaald hebben. De rechtbank beoordeelde dit vraagstuk aan de hand van de wijze waarop de caravans geplaatst waren: ze waren geplaatst op een daarvoor aangebrachte fundering en op vaste standplaatsen, er waren in opdracht van de eigenaar van het park rondom de caravans tuinen en terrassen aangelegd en schuren geplaatst, en de caravans waren aangesloten op gas, water, licht en riolering. Daarmee waren de caravans naar hun aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven, zodat ze – ook al waren ze, technisch gezien, eenvoudig te verplaatsen – duurzaam met de grond verenigd waren in de zin van de wet. De stacaravans waren dus onroerend.

Omdat de stacaravans onroerend waren, omvatte het hypotheekrecht van de bank óók de stacaravans. De leverancier was bekend met dat hypotheekrecht en had er rekening mee moeten houden dat het door haar bedongen eigendomsvoorbehoud zou kunnen worden doorbroken door natrekking. Door de caravans weg te halen, is de leverancier daaraan voorbijgegaan, waardoor hij volgens de rechtbank onrechtmatig jegens de bank gehandeld heeft en de door de bank geleden schade (de korting van € 250.000,00) aan de bank dient te vergoeden.

Dat de stacaravans als onroerend aangemerkt zijn door de rechtbank, ligt in de lijn van de vaste jurisprudentie hierover. Dergelijke zaken zijn onroerend wanneer ze bedoeld zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, ook al zijn ze feitelijk eenvoudig te verplaatsen. Door ze op deze wijze op de grond van een recreatiepark te plaatsen, worden ze onderdeel van die grond en daarmee eigendom van de grondeigenaar, zodat een eigendomsvoorbehoud komt te vervallen. Opvallend is wel, dat de leverancier rechtstreeks door de bank van de niet-betalende klant kan worden aangesproken op vergoeding van schade die de bank lijdt doordat de caravans teruggehaald zijn.

Een leverancier zou onbetaalde caravans, op grond van een vermeend eigendomsvoorbehoud, terug kunnen halen in de verwachting dat de wanbetaler het niet in zijn hoofd zal halen om een discussie te beginnen over natrekking en schadevergoeding te vorderen. Maar die leverancier moet er dus ook op bedacht zijn, dat er een derde kan zijn die op het moment van het weghalen van de caravans een hypotheekrecht heeft op de onroerende zaak waarvan de caravans inmiddels deel uitmaken. In dat geval kan het als onrechtmatig gekwalificeerd worden jegens de hypotheekhouder, als je de onbetaalde zaken terugneemt waarvan je de eigendom voorbehouden dacht te hebben, en ben je rechtstreeks jegens de hypotheekhouder aansprakelijk voor de schade die deze daardoor lijdt. In deze casus hield dat in dat de leverancier zelf € 250.000,00 moest gaan betalen voor de caravans die hij eerder verkocht had, maar waarvoor hij zelf geen cent ontvangen had.

Uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:1087

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: