Matiging van een contractuele boete

04 april 2018

Op 16 februari 2018 heeft de Hoge Raad bevestigd dat de rechter een contractuele boete slechts kan matigen als de toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de rechter volgens de Hoge Raad niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

In de aan de Hoge Raad voorgelegde zaak staat in een samenwerkingsovereenkomst tussen twee professionele partijen een boetebeding luidende: Bij overtreding van één of meerdere van de hierboven genoemde bedingen verbeurt [X] ten gunste van [Y] een dadelijk, zonder sommatie of in gebreke stelling opeisbare boete van € 20.000,00 voor elke overtreding, vermeerderd met € 5.000,00 voor elke dag gedurende [welke] de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van [Y] om in plaats van deze boete volledige schadevergoeding te vorderen.

Partij Y vordert op grond van deze boetebepaling betaling door X van de verbeurde boete van € 1.230.000,00. Partij X vraagt aan de rechter deze verbeurde boete te matigen. De rechter matigt de verbeurde boete tot een bedrag van € 26.500,00. Het gerechtshof matigt de boete in hoger beroep zelfs tot € 21.150,00. Y is van mening dat de rechter daarmee de wettelijke regel heeft veronachtzaamd dat de rechter een boete alleen mag matigen als de redelijkheid en billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 94 Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek).

Indachtig bovengenoemde regel oordeelt de Hoge Raad dat het gerechtshof voornoemde wettelijke regel niet heeft veronachtzaamd omdat het gerechtshof de boete heeft gematigd vanwege de omstandigheid dat:

i     X de overeenkomst heeft opgesteld, de hoogte van de boetes heeft bepaald en daarover niet is onderhandeld;

ii    X niet heeft aangegeven op grond waarvan zij de hoogte van de wel erg hoge boetes heeft bepaald;

iii    de verbeurde boetes buitensporig hoog zijn (€ 1.230.000,00) ten opzichte van de werkelijke schade (volgens het gerechtshof € 5.906,25);

iv   de overtredingen slechts enkele incidenten betreffen die in het begin van de contractperiode hebben plaatsgevonden en sindsdien geen andere overtredingen hebben plaatsgevonden;

v    de bedoeling van de overeenkomst is om X te beschermen tegen concurrentie en dat de beboete handelingen niet tot verlies van klanten hebben geleid.

Uit dit arrest van de Hoge Raad blijkt dat matiging van een contractuele boete als uitzondering op de regel moet worden gezien. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn die een matiging rechtvaardigen. Dit arrest noemt een aantal van die omstandigheden die in samenhang bezien hebben geleid tot matiging.

Afbeelding: 
matiging van een contractuele boete
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: