Onterfd door vader door te late overdracht eigen aandelen aan broer?

07 augustus 2019

In een onlangs gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2018:6777), ging het om een overleden vader die de aandelen die zijn dochter in een BV hield gelegateerd had aan zijn zoon. Dat klinkt misschien raar, omdat die aandelen niet van hem waren en dus ook niet tot zijn nalatenschap behoorden, maar het is mogelijk om bij een legaat iemand na jouw overlijden een vorderingsrecht toe te kennen met betrekking tot goederen van een ander. Dochter en zoon van erflater hadden allebei 50% van de aandelen en vader bepaalde door middel van een (sub)legaat dat dochter als zijn erfgenaam haar eigen aandelen aan haar broer moest overdragen tegen de waarde in het economisch verkeer. Die waarde moest vastgesteld worden conform de aanbiedingsregeling in de statuten van de BV, namelijk door drie onafhankelijke deskundigen, te benoemen door de voorzitter van de Kamer van Koophandel.

De dochter werd er dus mee geconfronteerd dat zij, nu zij de nalatenschap van haar vader aanvaardde, haar eigen aandelen moest gaan overdragen aan haar broer. En dat moest zij dan ook nog redelijk snel doen. Vader had namelijk bepaald dat overdracht van de gelegateerde aandelen plaats moest vinden binnen zes maanden na zijn overlijden, dan wel (als die termijn korter zou zijn) binnen twee maanden na de vaststelling van de waarde van de aandelen. Vader had bovendien in zijn testament bepaald dat als de aandelen van zijn dochter niet tijdig in eigendom zouden zijn overgedragen aan zijn zoon, alle rechten die zijn dochter aan het testament zou kunnen ontlenen, zouden vervallen.

Iets meer dan een maand vóór het verstrijken van de termijn van zes maanden gaf broer desgevraagd te kennen de aandelen te willen hebben, maar toen was er te weinig tijd om de aandelen te waarderen. In overleg hebben broer en zus vervolgens de door hun vader bepaalde termijn voor overdracht verlengd met ongeveer twee maanden, tot 1 maart 2018. Maar ook dat bleek niet haalbaar. Beide partijen hadden de waarde van de aandelen door een eigen accountant laten vaststellen: de accountant van de zoon kwam uit op € 1,7 miljoen en de accountant van de dochter kwam uit op een negatieve waarde van 7,5 ton. Zij bereikten dus geen overeenstemming over de prijs, terwijl de door vader voorgeschreven benoeming van deskundigen door de voorzitter van de Kamer van Koophandel niet meer mogelijk bleek. De dochter kon toen weinig anders dan de rechtbank vragen een deskundige te benoemen, maar op dat moment was de verlengde termijn inmiddels verstreken. Op 1 maart 2018 had de dochter haar aandelen nog niet overgedragen aan de zoon. Was ze nu onterfd doordat ze haar aandelen niet tijdig had overgedragen, waardoor ze mogelijk tonnen misliep?

Die vraag moest de rechtbank beantwoorden, en dat deed ze aan de hand van een uitleg van de uiterste wilsbeschikking van vader. Wat had vader bedoeld met de woorden “niet tijdig” in zijn testament? Doelde hij daarmee op de termijn van zes maanden na zijn overlijden, zoals hij die hij in zijn testament had opgenomen? Die vraag beantwoordde de rechtbank ontkennend: het was voor haar zelfs ondenkbaar dat vader met “niet tijdig” heeft willen verstaan: na het enkele verloop van de termijn van zes maanden (ook al zou op dat moment de waarde van de aandelen in het economisch verkeer nog niet zijn vastgesteld). Uit het feit dat de zoon had voorgesteld de testamentaire termijn te verlengen volgde volgens de rechtbank dat hij die termijn zelf niet als fataal zag en een redelijke uitleg van het testament bracht volgens de rechtbank met zich dat de waarde van de aandelen eerst moest worden bepaald – een overdracht zonder voorafgaande waardebepaling is immers niet goed denkbaar – en dat dán pas sprake kon zijn van een tijdige overdracht. De dochter was volgens de rechtbank dus niet onterfd doordat zij haar aandelen niet binnen de (verlengde) testamentaire termijn van zes maanden na overlijden aan haar broer had overgedragen. Zij bleef erfgenaam en kreeg dus meer tijd om het legaat uit te voeren door haar aandelen te laten waarderen en over te dragen.

Of erflater zijn uiterste wil inderdaad zo bedoeld had als de rechtbank uit meent te kunnen leggen, is denk ik discutabel. Het testament lijkt eigenlijk duidelijk en daardoor helemaal niet vatbaar voor wat voor uitleg dan ook: dochter krijgt zes maanden na overlijden van vader, of twee maanden na waardebepaling als dat een kortere termijn oplevert, de tijd om de gelegateerde aandelen over te dragen aan haar broer. Dat zijn de enige termijnen die erflater in het testament noemt en het lijkt dan in de rede te liggen dat daarop gedoeld wordt waar gesproken wordt over “niet tijdig”. Kennelijk vond vader het zelfs zo belangrijk dat alle aandelen in de BV binnen deze door hem gestelde termijn naar zijn zoon zouden gaan, dat zijn dochter onterfd zou worden als dat niet zou lukken. Niet goed valt in te zien waarom dit dan zo uitgelegd dient te worden dat de aandelen eerst een keer (zonder inachtneming van een termijn) gewaardeerd zouden moeten worden, om pas daarna een zekere (welke?) termijn te laten lopen. Dat lijkt ook niet te stroken met de bepaling in het testament dat de aandelen binnen twee maanden na waardering overgedragen dienen te worden als dat een kortere termijn dan zes maanden oplevert.

Hoe dan ook: het is verstandig om je te realiseren dat aan de aanvaarding van een nalatenschap verplichtingen uit een legaat kunnen voortvloeien die zelfs betrekking kunnen hebben op goederen die geen deel uitmaken van de nalatenschap. Het is ook goed om je er dan van te vergewissen hoe en wanneer je dat legaat dient uit te voeren én wat de consequentie ervan zal zijn als dat om wat voor reden niet of niet tijdig zou lukken.

Koen Boddaert
7 augustus 2019

Afbeelding: 
onterfd door vader door te late overdracht eigen aandelen aan broer
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: