Regeling ontslagvergoeding per 1 juli 2015 voor opvolgende tijdelijke contracten gewijzigd

24 april 2015

Een van de wijzigingen in het ontslagrecht betreft zoals gezegd het systeem van de ontslagvergoeding. Op 24 februari 2015 heeft minister Asscher een Nota van wijziging ingediend bij de Tweede Kamer. Daarin wordt een aantal belangrijke wijzigingen voorgesteld ten aanzien van de nieuwe ontslagvergoeding. Hiermee wil de minister tegemoet komen aan kritiek die door brancheorganisaties werd geuit en die door de Kamer werd overgenomen.

In de nieuwe wet WWZ wordt de tot nu toe voor ontslagvergoedingen gebruikte kanton­rechtersformule afgeschaft. Ook de schadevergoeding op basis van een kennelijk onredelijk ontslag bestaat straks niet meer. Daarvoor in de plaats komt de transitievergoeding. Deze regeling gaat per 1 juli 2015 in. Zij houdt in dat een werknemer bij ontslag, waarmee gelijk wordt gesteld het niet voortzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, recht heeft op een vergoeding als de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd. Nieuw is dus dat ook de werknemer van wie het contract van rechtswege afloopt een ont­slagvergoeding krijgt. Dat is onder het huidige, en na 1 juli 2015 oude, ontslagrecht niet het geval. De hoogte van de ontslagvergoeding is 1/6 maandsalaris per periode van 6 gewerkte maanden. Vanaf het 50e levensjaar is de vergoeding 1/4 maandsalaris per 6 gewerkte maanden.

Voor het bepalen van de duur van de arbeidsovereenkomst worden bij elkaar opvolgende contracten voor bepaalde tijd, die contracten samengeteld die elkaar met een periode van 6 maanden of korter hebben opgevolgd. Met andere woorden, alleen een onderbreking van langer dan 6 maanden maakt dat eerdere contracten niet meegeteld hoeven te worden. Overigens tellen de tussenpozen niet mee voor de bepaling van de arbeidsduur. Een werknemer die bijvoorbeeld in 3 jaar tijd 3 keer 7 maanden heeft gewerkt (21 maanden) heeft dus geen recht op een transitievergoeding. Heeft hij echter 3 keer 8 maanden gewerkt (24 maanden) dan heeft hij er wel recht op.

Probleem bij deze regeling is dat zij gelijk vanaf 1 juli 2015 ingaat. Eindigt daarna een con­tract voor bepaalde tijd, dan tellen alle daarvoor gelegen contracten mee tenzij daar meer dan 6 maanden tussen zit. Onder de oude ketenregeling was een onderbreking van meer dan 3 maanden voldoende om de reeks tijdelijke contracten opnieuw te laten beginnen. Daarom zullen er vaak geen onderbrekingen zijn die langer zijn dan 6 maanden. Werkgevers kunnen hierdoor geconfronteerd worden met onverwacht hoge transitievergoedingen. Bovendien kan dit ertoe leiden dat ervoor wordt gekozen contracten juist niet te verlengen om vergoedingen in de toekomst te vermijden. Met name in seizoensgebonden branches zoals de horeca, de land- en tuinbouw en de uitzendbranche zal dit gevoeld worden.

De minister bleek gevoelig voor de kritiek uit met name genoemde branches en de Kamer. Hoewel hij ontkent dat er in de wet een weeffout zit, stelt hij inmiddels enkele overgangsbepalingen en wijzigingen voor. De hiervoor genoemde regels worden dus aangepast. Deze aanpassingen zijn de volgende.

Uitstel transitievergoeding bij toezegging nieuwe overeenkomst

Wanneer de werkgever bij het einde van de tijdelijke arbeidsovereenkomst aan de werknemer de garantie geeft dat hij binnen 6 maanden weer een nieuwe arbeidsovereenkomst met hem zal aangaan die dan ook binnen die periode ingaat, hoeft de werkgever de transitievergoeding niet te betalen. Die verplichting wordt dan uitgesteld tot het einde van de nieuwe (tijdelijke of vaste) arbeidsovereenkomst. Er lijken verder geen eisen aan de arbeidsovereenkomst gesteld te worden. Onduidelijk is of het om hetzelfde werk moet gaan, dezelfde uren moet betreffen etc. De werkgever die hiervan gebruik maakt moet er wel rekening mee houden dat de nieuwe arbeidsovereenkomst een verlenging is in de nieuwe ketenregeling. Vanaf 1 juli 2015 is een onderbreking van meer dan 3 maanden niet meer voldoende. Dit wordt meer dan 6 maanden. De nieuwe arbeidsovereenkomst waarop de minister hier doelt zal dus in de keten meetellen. Zie voor de nieuwe ketenregeling ons eerdere artikel.

Overgangsregeling

Bij het bepalen van het recht op een transitievergoeding zullen arbeidsovereenkomsten die voor 1 juli 2012 zijn geëindigd niet meegeteld worden, als deze elkaar met een onderbreking van meer dan 3 maanden zijn opgevolgd (als er in de cao een kortere termijn gold, geldt ook hier deze kortere termijn). Een knip in de keten op grond van de oude ketenregeling, doorbreekt dus ook de contractduur die geldt voor de transitievergoeding als het gaat om de periode voor 1 juli 2012. Arbeidsovereenkomsten die elkaar na 1 juli 2015 hebben opgevolgd binnen 6 maanden tellen wel mee. Op deze manier wordt in waarschijnlijk veel gevallen de hoogte van de transitievergoeding aanzienlijk beperkt.

Verval contractduur voor 1 juli 2015 bij arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

De minister wil verder het aangaan van een vaste arbeidsovereenkomst bevorderen. Hij voert daarom een regeling in die inhoudt dat als er op of na 1 juli 2015 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangegaan, voor het bepalen van de transitievergoeding contracten die voor 1 juli 2015 zijn geëindigd niet meer meetellen. Voorwaarde is wel dat zij onderbroken zijn geweest voor een periode langer dan 3 maanden, of als de cao een kortere periode bepaalt die periode. Dezelfde regeling zal gelden voor de werknemer die voor 1 juli 2015 een vast contract kreeg, om ongerechtvaardigde verschillen te voorkomen, zo schrijft de minister.

Al met al zijn de voorstellen een aanzienlijke aanpassing van de uitwerking van de transitievergoeding. De hoogte van de vergoeding zal hierdoor dalen. Wel is het zaak in het individuele geval goed te bekijken hoe het arbeidsverleden in elkaar zat. Voor werkgevers en werknemers is het zaak dit goed bij te houden en stukken, contracten etc., te bewaren.

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: