Schade bij afgebroken onderhandelingen

06 oktober 2017

In een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 juni 2017 wordt het gerechtshof gevraagd te bevestigen dat er tussen twee partijen een overeenkomst tot stand is gekomen tot het afnemen van diensten dan wel – als het bestaan van de overeenkomst niet wordt aangenomen – de gedaagde partij te veroordelen schade te vergoeden wegens onaanvaardbaar afbreken van de onderhandelingen.

Wat is er gebeurd? Partijen zijn in onderhandeling over een overeenkomst over het verlenen, respectievelijk het afnemen, van een online betaalservice. Partijen zijn vanaf medio 2013 met elkaar in gesprek en in augustus 2014 wordt door de leverancier van de betaalservice een overeenkomst aan de afnemer gestuurd. Laatstgenoemde reageert daarop door de overeenkomst ondertekend terug te sturen met daarop handgeschreven de opmerking dat de overeenkomst akkoord is na wijzigingen zoals in een e-mail aangegeven. Deze wijzigingen lijken niet ingrijpend.

Een paar dagen later stuurt de leverancier een overeenkomst terug waarin een nieuw artikel is opgenomen. Partijen gaan samen dineren en wonen een voetbalwedstrijd bij. Tijdens die ontmoeting wordt ook gesproken over de overeenkomst. Vervolgens laat de afnemer een poos niets meer van zich horen en breekt dan de onderhandelingen af. De leverancier stelt dat partijen een overeenkomst hebben gesloten (de door de afnemer ondertekende overeenkomst met de handgeschreven opmerking) omdat de afwijkingen slechts ondergeschikte punten betroffen en zij daarmee akkoord is gegaan. Mocht dat niet worden aangenomen heeft de afnemer onrechtmatig gehandeld volgens de leverancier door de onderhandelingen in een vergevorderd stadium af te breken.

Het gerechtshof stelt als eerste vast dat er nog geen overeenkomst tot stand is gekomen. Dit omdat de leverancier aan de afnemer niet heeft laten weten dat diens voorwaarden akkoord waren. Integendeel, hij heeft een nieuw voorstel aan de afnemer gestuurd waarin hij een nieuwe bepaling heeft toegevoegd (naast de verwerking van de voorwaarden van de afnemer).

Daarna gaat het gerechtshof in op de vraag of de afnemer onrechtmatig jegens de leverancier heeft gehandeld door de onderhandelingen af te breken. Daarbij stelt het gerechtshof voorop dat de hoofdregel is dat het iedere partij in beginsel vrij staat de onderhandelingen af te breken (zonder een verplichting tot schadevergoeding) tenzij:

  1. de wederpartij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen, of

  2. afbreken van de onderhandelingen in verband met andere, bijzondere omstandigheden niet aanvaardbaar is.

Daarbij moet rekening worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van het vertrouwen bij de andere partij heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van laatstgenoemde. Ook kan van belang zijn of zich gedurende de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan. Dit is volgens het gerechtshof een strenge maatstaf die niet snel mag worden aangenomen.

Het gerechtshof erkent dat de onderhandelingen zich in een vergevorderd stadium bevonden gelet op de eerdergenoemde feiten. Maar omdat de leverancier een gewijzigde overeenkomst heeft gestuurd met verdergaande verplichtingen voor de afnemer, hoefde de afnemer niet in te stemmen met die wijziging en mocht de leverancier er niet gerechtvaardigd van uitgaan dat de afnemer met het nieuwe aanbod akkoord zou gaan. Met als gevolg dat de afnemer de onderhandelingen kon afbreken zonder tot schadevergoeding gehouden te zijn.

De les die uit dit arrest geleerd kan worden is de volgende: bij het stellen van nieuwe voorwaarden in een onderhandeling die zich al in een vergevorderd stadium bevindt, loop je het risico dat de wederpartij af mag haken zonder schade te hoeven vergoeden. Terwijl dat wellicht niet het geval zou zijn als geen nieuwe voorwaarde wordt gesteld.

Afbeelding: 
schade bij afgebroken onderhandelingen
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: