Wat als aandeelhouders elkaar de tent uit vechten?

07 juli 2020

Het komt vaker voor: twee broers of zussen hebben samen een bedrijf (ieder 50%). Al dan niet overgenomen van de ouders. Alles gaat een poos goed, totdat er een verschil van inzicht in de bedrijfsvoering ontstaat. Of erger nog, een ruzie in familiaire sfeer. Dat kan ertoe leiden dat een verdere samenwerking binnen het bedrijf niet meer mogelijk is. Waar dit toe kan leiden als niet tijdig en zakelijk wordt ingegrepen, wordt duidelijk uit twee zaken waarin de rechter recent een oordeel heeft moeten geven.

In beide gevallen gaat het over twee ruziënde broers, waarbij zaken zover uit de hand lopen dat beide broers elkaar niet meer kunnen luchten of zien. Zij maken elkaar het leven zuur zonder daarbij te denken aan het belang van de onderneming en van andere betrokkenen bij die onderneming (zoals de werknemers). Met als gevolg dat het op een verantwoorde wijze voeren van de onderneming niet meer mogelijk is (gelet op de aandelenverhouding 50-50%). De onderneming lijdt daar sterk onder en de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam wordt gevraagd in te grijpen.

In beide gevallen constateert de Ondernemingskamer dat een verkoop van de onderneming de enige mogelijkheid biedt om de onderneming van de ondergang te redden en benoemt zij een bestuurder om leiding te geven aan dat verkoopproces (de “OK-bestuurder”). De aandelen worden overgedragen ten titel van beheer aan een (nader te benoemen) beheerder. De OK-bestuurder gaat vervolgens aan de gang met de verkoop van de onderneming.

Beide broers zijn dus de regie over dit verkoopproces kwijt. Wellicht spijtig voor de broers, maar de opbrengst van de aandelen en de toekomst voor de onderneming (en de werknemers) kan wellicht nog door de broers worden bevorderd door de OK-bestuurder te ondersteunen. In beide gevallen gaat ook dat echter fout.

In het eerste geval krijgt een van de broers zodanig onenigheid met de OK-bestuurder dat laatstgenoemde zich genoodzaakt ziet de betreffende broer de toegang tot het bedrijventerrein te ontzeggen en hem uit te sluiten als kandidaat-koper. Terecht volgens de Ondernemingskamer als de betreffende broer de Ondernemingskamer verzoekt de OK-bestuurder te ontslaan.

In de tweede zaak mislukt de verkoop door de OK-bestuurder helemaal en volgt uiteindelijk het faillissement van het bedrijf. Een van de broers stelt vervolgens de OK-bestuurder aansprakelijk voor het mislukken van de verkoop en de daardoor ontstane schade. Het gerechtshof verwerpt die aansprakelijkheid. Daarbij stelt het gerechtshof onder meer vast dat beide broers niet in staat waren samen te werken, er een enorm wantrouwen bestond tussen de broers en ieder van de broers de voorkeur had voor verkoop aan een andere potentiële koper.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat ook als aandeelhouders niet meer samen kunnen werken, het in beider belang is om deze zakelijke scheiding professioneel en op zakelijke grondslagen (in onderling overleg) te regelen. Dat daarbij emoties een rol spelen is vaak onvermijdelijk (en begrijpelijk). Desondanks is het zaak een dergelijk geschil niet te laten escaleren als gevolg van deze emoties, zoals kennelijk is gebeurd in de kwesties die aan voornoemde rechtszaken ten gronde liggen. Daar help ik u in een voorkomend geval graag mee.

Haico Dings
7 juli 2020

Afbeelding: 
wat als aandeelhouders elkaar de tent uit vechten
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: