Werknemer vindt tijdens werk €15.100,00. Is dat voor de werkgever?

08 januari 2016

Een gedetacheerde ‘medewerker overslag’ van een afvalverwerkingsbedrijf (HVC Afval- en grondstoffeninzameling Drechtsteden te Dordrecht) stuit eind februari/begin maart 2015 tijdens zijn werkzaamheden op een printer, die als afval ter verwerking is aangeboden op het Afvalbrengstation in Dordrecht. In die printer blijken zich vier enveloppen te bevinden, waarin een geldbedrag zit van € 15.100,00. Dat bedrag neemt hij mee naar huis, om enkele dagen later – op 9 maart 2015 – van zijn vondst aangifte te doen bij de gemeente Zwijndrecht. Weer enkele dagen later maakt hij melding van zijn vondst bij zijn voorman. Dat laatste had hij misschien niet moeten doen, want HVC verzoekt hem vervolgens het hele bedrag aan haar te overhandigen.

HVC stelt zich op het standpunt dat de enveloppen met geld samen met de printer in eigendom zijn overgegaan op haar toen deze als afval waren ingeleverd. Daarnaast heeft de medewerker het geldbedrag gevonden in dienst van en dus namens HVC, zodat HVC, als zij niet al eigenaar is, als vinder heeft te gelden. En ten slotte verwijst HVC naar haar Huisregels, waarin staat dat het verboden is om haar eigendommen in bezit te nemen. De medewerker weigert het bedrag af te geven aan HVC, waarop HVC de medewerker dagvaardt, om afgifte van het bedrag in rechte af te dwingen. De kantonrechter overweegt het volgende.

Iemand die het bezit van een zaak prijsgeeft met het oogmerk om zich van de eigendom te ontdoen, verliest de eigendom ervan. Degene die een aan niemand toebehorende zaak in bezit neemt, wordt de eigenaar ervan. Degene die de printer op de milieustraat als afval had aangeboden, heeft de eigendom ervan dus verloren, en die eigendom is vervolgens verkregen door het afvalverwerkingsbedrijf. Dat geldt echter niet, zo oordeelt de kantonrechter, voor de enveloppen met geld die zich in de printer bevonden. Met een grote mate van zekerheid kan gezegd worden dat degene die de printer als afval aanbood, niet de bedoeling had ook afstand te doen van de aanzienlijke hoeveelheid geld die in deze printer zat. Geld kan niet beschouwd worden als afval; dit is immers voor iedereen direct van waarde.

De conclusie van de kantonrechter was dat de eigenaar van het geldbedrag hier geen afstand van gedaan heeft, maar het verloren heeft. HVC was wel eigenaar geworden van de printer, maar niet van het geld. HVC gold volgens de kantonrechter ook niet als de vinder van het geldbedrag. Weliswaar had de medewerker tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden voor HVC en op het terrein van HVC het geld gevonden, toch kon niet gezegd worden dat de medewerker dit bedrag gevonden had namens HVC. Vinden is immers geen rechtshandeling die namens een ander kan worden verricht, aldus de kantonrechter. Ook de Huisregels kunnen HVC niet baten: het is de medewerker weliswaar verboden om eigendommen van HVC in bezit te nemen, maat het geld was geen eigendom van HVC.

De vordering van HVC werkgever werd aldus afgewezen. Het geldbedrag mag de medewerker onder zich houden, in de hoop dat de rechtmatige eigenaar zich niet binnen een jaar na aangifte zal melden zodat hij zich uiteindelijk de eigenaar van het geld kan noemen. Hopelijk voor de medewerker zal de publicatie van deze uitspraak er niet toe leiden dat iemand die eind februari/begin maart 2015 een printer heeft aangeboden op het Afvalbrengstation in Dordrecht, zich vóór 9 maart 2016 bij hem of de gemeente Zwijndrecht zal melden.

Uitspraak: Kantonrechter Dordrecht 10 december 2015  

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: