Wie moet de uitvaart betalen?

01 oktober 2018

Stel: je partner komt te overlijden. Je bent geen erfgenaam van je partner, maar zorgt wel voor een passende uitvaart waarvoor je een rekening krijgt. Als opdrachtgever van de uitvaartverzorger moet je die rekening betalen, ook al ben je geen erfgenaam. Je betaalt die rekening en gaat ervan uit dat die kosten uiteindelijk terugbetaald zullen worden door degene die wel erfgenaam is, uit de tegoeden van de nalatenschap. De wet bepaalt immers dat kosten van de uitvaart een schuld van de nalatenschap vormen. Maar is dat uitgangspunt wel juist? Kun je die kosten zonder meer bij de erfgenaam declareren? Nee, zegt het hof in Den Bosch in zijn arrest van 18 september 2018.

De wet bepaalt dat de kosten van lijkbezorging, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene, schulden zijn van de nalatenschap. Die kosten moeten dus voldaan worden uit de nalatenschap, zou je zeggen. Maar zo eenvoudig ligt het niet volgens het gerechtshof in Den Bosch. Het hof boog zich over de situatie waarin iemand de uitvaart van zijn vriendin geregeld en betaald had, waarna hij meende de kosten van € 8.500,00 te kunnen verhalen op het kind van zijn vriendin, dat haar enige erfgenaam was. Daar ging het hof niet in mee.

Het hof overwoog dat “zelfs” als de door de partner betaalde uitvaartkosten volgens de wet een schuld van de nalatenschap vormen, de betaling ervan nog niet betekent dat de erfgenaam verplicht is die te vergoeden. De wet regelt alleen wat als een schuld van de nalatenschap geldt, maar bevat volgens het hof nog geen tot een vergoeding verplichtende rechtsgrond. Daarvoor is volgens het hof een afzonderlijke te stellen en te bewijzen rechtsgrond vereist.

Die afzonderlijke rechtsgrond zou in de ogen wellicht gelegen kunnen zijn in een overeenkomst, in een zaakwaarneming, of in een ongerechtvaardigde verrijking van de nalatenschap. Van een afspraak tussen de partner en de zoon van erflaatster was in dit geval evenwel geen sprake. Dat de partner de betaling aan de uitvaartverzorger willens en wetens ter behartiging van het belang van de erfgenaam gedaan heeft, was niet gesteld of gebleken. En ten slotte was een eventuele schadevergoedingsvordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking inmiddels verjaard. Volgens het hof zouden de door de partner betaalde uitvaartkosten daarom voor rekening van de partner moeten blijven.

Bij dit arrest zijn misschien de nodige vraagtekens te zetten. Zo zou de vraag gesteld kunnen worden waarom de kwalificatie van ‘schuld van de nalatenschap’ die de wet koppelt aan uitvaartkosten niet al een rechtsgrond is die de nalatenschap verplicht die kosten te voldoen aan degene die deze gemaakt heeft. Een schuld van de een impliceert een vordering van de ander, zou je zeggen. Dat deze kosten een schuld van de nalatenschap vormen lijkt toch ook te betekenen dat de nalatenschap die kosten dan moet voldoen, en wel aan degene die deze kosten gemaakt heeft. Een afzonderlijke rechtsgrond lijkt dan niet nodig.

Maar uitgaande van de juistheid van de overwegingen van het hof lijkt het verstandig om vóórdat je opdracht geeft tot de uitvaart van je geliefde en je daarmee tegenover de uitvaartondernemer aansprakelijk wordt voor de kosten ervan, zekerheidshalve na te gaan wie de erfgenamen zijn om met die erfgenamen af te spreken dat de uitvaartkosten uiteindelijk vergoed zullen worden uit de nalatenschapsgelden. De vraag is of je dat kan en mag verwachten van iemand die zojuist een naaste verloren heeft wiens lijk begraven of gecremeerd moet worden.

Afbeelding: 
wie moet de uitvaart betalen
Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: