Ook een relatiebeding moet schriftelijk worden overeengekomen

28 maart 2017

Op 3 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een geschil tussen een belastingadviseur en zijn voormalig werkgever, een adviesbureau van accountants, fiscalisten en management consultants. In deze zaak ging het over een relatiebeding.

Wat was er aan de hand?

De belastingadviseur trad per 1 januari 2003 op grond van een arbeidsovereenkomst bij het adviesbureau in loondienst. De arbeidsovereenkomst van de belastingadviseur werd nader uitgewerkt in de arbeidsvoorwaarden/personeelsreglement van 1 januari 2002. In dit personeelsreglement was een relatiebeding opgenomen dat de belastingadviseur verbood om gedurende 24 maanden na einde dienstverband werkzaamheden op het gebied van de belastingadviespraktijk en/of accountancy en/of management consultancy te verrichten voor cliënten van het adviesbureau. Op overtreding van dit verbod stond een boete gelijk aan de door de werkgever aan de betreffende cliënt in het afgelopen jaar gedeclareerde bedragen, naast het recht van de werkgever op vergoeding van volledige schadevergoeding.

Op 16 oktober 2006 heeft de belastingadviseur zijn baan bij het adviesbureau opgezegd en met ingang van 1 januari 2007 is hij - vlakbij de vestiging van zijn voormalig werkgever - voor zichzelf begonnen.

De werkgever spreekt de belastingadviseur aan en vordert een bedrag van € 294.190,60 aan verschuldigde boetes.  

De kantonrechter heeft de belastingadviseur veroordeeld om een bedrag van € 247.218,99 aan zijn voormalig werkgever te betalen. In hoger beroep heeft het gerechtshof de vorderingen van de belastingadviseur alsnog afgewezen. De zaak wordt vervolgens voorgelegd aan de Hoge Raad.

Ook een relatiebeding moet schriftelijk worden overeengekomen

De Hoge Raad zegt in het arrest van 3 maart in de eerste plaats dat het bepaalde in artikel 7:653 lid 1 BW, waarin is opgenomen dat een concurrentiebeding schriftelijk moet worden overeengekomen, ook geldt voor een relatiebeding. Ook met een relatiebeding wordt immers de werknemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op een zekere wijze werkzaam te zijn.

Met dit in het achterhoofd is vervolgens de vraag of het relatiebeding in deze zaak schriftelijk met de belastingadviseur is overeengekomen. Vast stond immers dat het relatiebeding zélf niet in de arbeidsovereenkomst was opgenomen maar alleen in de arbeidsvoorwaarden/personeelsreglement waar in de arbeidsovereenkomst naar werd verwezen. De Hoge Raad zoekt voor de beantwoording van deze vraag aansluiting bij de zaak Philips/Oostendorp uit 2008. In die zaak werd ten aanzien van een concurrentiebeding beslist dat aan de wettelijke eis in artikel 7:653 BW, dat een concurrentiebeding schriftelijk moet worden aangegaan, ook kan zijn voldaan als het concurrentiebeding is opgenomen in arbeidsvoorwaarden die niet in de arbeidsovereenkomst zelf maar bijvoorbeeld in een personeelsreglement zijn opgenomen. Er moet dan wel worden voldaan aan één van de twee hiernavolgende eisen:

  • De arbeidsvoorwaarden/het personeelsreglement worden als bijlage bij de arbeidsovereenkomst gevoegd en in de arbeidsovereenkomst wordt verwezen naar deze arbeidsvoorwaarden/het personeelsreglement;
  • De werknemer verklaart in de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk dat hij instemt met het concurrentiebeding.

De Hoge Raad voegt er in dit arrest aan toe dat deze eisen strikt moeten worden uitgelegd.

Het ging in deze zaak om een relatiebeding waarop de wettelijke eis dat een concurrentiebeding schriftelijk moet worden overeengekomen dus ook van toepassing is. De vraag was vervolgens of het adviesbureau met de belastingadviseur rechtsgeldig een relatiebeding was overeengekomen. Dat was niet het geval. Er stond in deze zaak namelijk niet vast dat de belastingadviseur het personeelsreglement in samenhang (zeg maar: tegelijkertijd) met de arbeidsovereenkomst had ontvangen. De werkgever kon dit niet aantonen. Er stond bovendien niet vast dat de belastingadviseur uitdrukkelijk met het relatiebeding had ingestemd. Ook dat kon de werkgever niet aantonen. De werkgever had het personeelsreglement weliswaar op enig moment in de postvakjes van de medewerkers gedeponeerd, maar dat is onvoldoende. De belastingadviseur komt (uiteindelijk) ongeschonden uit de strijd en hoeft de contractuele boetes niet te betalen.

Samenvattend

Een concurrentiebeding en een relatiebeding moet schriftelijk worden overeengekomen. Het beste is om een dergelijk beding in de arbeidsovereenkomst zelf op te nemen. Daarmee worden discussies zoals in deze zaak vermeden.

Léon Kunzeler
28 maart 2017