Slecht uitgevoerd werk laten herstellen? Kijk uit voor (schuldeisers)verzuim

04 november 2013

Moet je slecht uitgevoerd werk door dezelfde aannemer laten herstellen? Kijk uit dat u zelf niet in (schuldeisers)verzuim raakt.

Stel: je geeft een aannemer opdracht om een werk uit te voeren en dat werk voert hij niet goed uit. Er kleven allerlei ernstige gebreken aan het werk, waarvan ook de aannemer zelf erkent dat die onaanvaardbaar zijn. De aannemer biedt dan aan om de gebreken te herstellen, op een door hem voorgestelde wijze. Moet je daarmee instemmen? En wat zijn de consequenties als je dat niet doet?

Waar gewerkt wordt, vallen spaanders. Het is voor de opdrachtgever én voor de aannemer, bijzonder vervelend als het verrichte werk niet geworden is wat men ervan mocht verwachten. Het komt geregeld voor dat de opdrachtgever dan zo teleurgesteld is over het werk van de aannemer, dat hij deze ‘prutser’ niet meer over de vloer wil hebben. Om redenen die op zichzelf begrijpelijk kunnen zijn, weigert de opdrachtgever dan het aanbod tot herstel en wendt hij zich tot een aannemer van wie hij verwacht dat die wél deugdelijk werk verricht en de gebreken op aanvaardbare wijze zal herstellen. De kosten van die nieuwe aannemer wil de opdrachtgever dan verhalen op degene die de wanprestatie geleverd heeft, terwijl hij de resterende aanneemsom ook niet meer wil betalen aan de eerste aannemer. Hoe begrijpelijk dat in sommige gevallen ook kan zijn: zo eenvoudig ligt het vaak niet.

Als een aannemer als gevolg van aan hem toerekenbare tekortkomingen in het werk in verzuim is, dan heeft de opdrachtgever in beginsel recht op opschorting van zijn betalingsverplichting of (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst en op vergoeding van de schade die geleden is als gevolg van de wanprestatie. Het resultaat daarvan zou dan zijn dat het restant van de aanneemsom niet betaald hoeft te worden en dat de extra schade die met het herstel gemoeid is, vergoed moet worden. Dat wordt echter allemaal anders wanneer je weigert de aannemer zijn fouten te laten herstellen. In dat geval kom je namelijk zelf in verzuim – dit wordt ‘schuldeisersverzuim’ genoemd – waardoor de aannemer niet meer in verzuim is of kan raken. En daarmee heb je geen recht (meer) op opschorting, ontbinding of schadevergoeding.

Als schuldeiser kom je volgens de wet in verzuim, wanneer je nakoming van de verbintenis van je wederpartij verhindert doordat je de daartoe noodzakelijke medewerking niet verleent. Als de aannemer dus een redelijk voorstel doet om de gebreken te verhelpen, dan moet je hem toelaten dit herstel uit te voeren. Doe je dat niet, dan verspeel je je rechten. En dat betekent dat je volledig moet betalen voor een gebrekkig werk dat nog – op jouw kosten – hersteld moet worden.

Maar wat nu als de aannemer (in wie je geen enkel vertrouwen meer hebt) een herstel voorstelt, waarvan je je afvraagt of dat wel deugdelijk is? Kun je dat weigeren omdat hij eerder aangetoond heeft slecht werk te leveren? Het antwoord is: nee. Dat de aannemer eerder fouten gemaakt heeft, is op zichzelf niet een rechtvaardiging voor een weigering tot herstel. Alleen als vast staat dat het aangeboden herstel niet deugdelijk is, kun je zo’n aanbod weigeren zonder dat sprake is van schuldeisersverzuim en dus zonder dat je je recht op opschorting, ontbinding en schadevergoeding verspeelt. Het is dus van wezenlijk belang dat op deskundige wijze vastgesteld wordt dat een aangeboden herstel niet deugdelijk is, voordat je de aannemer definitief aan de kant zet.

En zelfs dan kan het nog mis gaan, zoals te zien is aan de hand van de volgende casus. Een aannemer had een tegelvloer gelegd, waarvan hij zelf erkende dat dat ondeugdelijk gebeurd was. Hij deed een voorstel tot herstel aan de opdrachtgever, maar de opdrachtgever wilde daar eerst een deskundig oordeel over. Hij gaf opdracht aan twee deskundigen, die beiden tot het oordeel kwamen dat het aangeboden herstel niet deugdelijk was. Dat was voldoende reden voor de opdrachtgever om het aanbod tot herstel te weigeren, de tegelzetter niet te betalen, de vloer door een ander te laten herstellen en de aannemer te dagvaarden met een vordering tot ontbinding en schadevergoeding. De rechtbank gaf hem nul op zijn rekest. De rechtbank volgde het oordeel van de deskundigen van de opdrachtgever niet en vond dat het aanbod tot herstel aanvaardbaar was. Door het aanbod tot herstel te weigeren, was de opdrachtgever in schuldeisersverzuim komen te verkeren, waardoor hij geen recht van spreken had. De opdrachtgever werd veroordeeld het restant van de aanneemsom te betalen. Hij was het daar niet mee eens en ging in hoger beroep.

In dat hogere beroep benoemde het hof zelf een deskundige, die moest beoordelen of het aangeboden herstel deugdelijk was. En ook die deskundige was het niet eens met de deskundigen van de opdrachtgever: het herstel zoals de aannemer dat had aangeboden, was volgens deze deskundige wel degelijk deugdelijk. Het hof volgde dat oordeel en bevestigde wat de rechtbank al eerder gezegd had: er was sprake van schuldeisersverzuim. Niet de aannemer die de gebrekkige tegelvloer geleverd had was in verzuim, maar de opdrachtgever zelf, door hem de gebreken niet te laten herstellen. En dus had hij geen recht op ontbinding of schadevergoeding. Het resultaat na twee kostbare gerechtelijke procedures: een gebrekkige tegelvloer waar volledig voor betaald moest worden, terwijl de kosten van de nieuwe vloer niet vergoed werden.

Als je geconfronteerd wordt met ondeugdelijk werk en de aannemer aanbiedt om de gebreken te herstellen, dan moet je dat aanbod dus niet zonder meer naast je neerleggen. Het gevaar van schuldeisersverzuim ligt op de loer. Het is dan van groot belang dat op deugdelijke wijze wordt vastgesteld of het aangeboden herstel deugdelijk is en het is erg risicovol om wat dat betreft te varen op het oordeel van een eigen deskundige. Beter is het om samen een deskundige aan te wijzen en af te spreken dat beide partijen zich neer zullen leggen bij dat oordeel of desnoods de rechtbank te vragen om een voorlopig deskundigenbericht.

Uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:4907

Meer artikelen over de volgende rechtsgebieden: